Home > Projecten > De Steenovens > > Historiek

De Steenovens - Historiek

De site van de Steenovens kende een opzienbarende evolutie doorheen de geschiedenis. Zij is gesitueerd in één van de oudste gebieden van de heerlijkheid Sint-Amands, het zogenaamde Kruisveld, wat verwijst naar een oud kerkhof dat eertijds in de buurt van de oude Brielkapel gelegen was. Deze Brielkapel stond in de Middeleeuwen overigens bekend als de Gasthuiskapel van Buggenhout. De Steenovens lagen op de grens tussen twee belangrijke bestuursentiteiten, zijnde Kuitelgem (het huidige Briel, gehucht van Buggenhout) en Sint-Amands.

Oorspronkelijk moet Kuitelgem deel hebben uitgemaakt van de "villa de Bacheroda", een Karolingische heerlijkheid die Lodewijk de Vrome rond 821 schonk aan de Noord-Franse abdij van Elnone, later de abdij van Saint-Amand-les-Eaux genoemd.

In de 2de helft van de 11de eeuw verkregen de heren van Grimbergen bij de vorming van de Landen van Dendermonde en Bornem deze heerlijkheid Kuitelgem van de graven van Vlaanderen, in ruil voor Opdorp, dat Vlaams werd. Kuitelgem werd als het ware uit de heerlijkheid Baceroth geheven en maakte voortaan deel uit van het hertogdom Brabant, terwijl Sint-Amands deel bleef van het graafschap Vlaanderen. Via Kuitelgem kregen de heren van Grimbergen, later de Berthouts, toegang tot de Schelde vanuit West-Brabant. Het plaatsje evolueerde dan ook tot een belangrijk transitcentrum voor goederenverkeer. Kuitelgem was nog in de 1466 een aparte entiteit onder het bestuur van de heren van Bouchout, die het vermoedelijk geërfd hadden van de Berthouts.

Fig.: Het Scheldedomein Baceroth van de abdij Elnone in de 9e eeuw.
Cf. VERBESSELT J., Het parochiewezen in Brabant, VIII, p. 8-9.

 

 

 

Het oude "Baceroth" viel in de 12de eeuw uiteen in vier aparte entiteiten. Zo onstonden Mariekerke, Sint-Amands, Baasrode en Vlassenbroek. Mariekerke kwam onder het Land van Bornem terwijl Sint-Amands en Baasrode tot het Land van Dendermonde gingen behoren. Sint-Amands bleef tot de Franse Revolutie eigendom van de abdij van Saint-Amand-les-Eaux. De abt gaf echter het dagelijks beheer van deze heerlijkheid in leen aan een wereldlijke heer. Zo waren achtereenvolgens de heren van "Bacerode" (13de eeuw), de heren van Reyseghem en de heren van Halewijn de heren van Sint-Amands en Baasrode.

In 1558 is er voor het eerst sprake van economische activiteit in de buurt van locatie van de Steenovens. In dat jaar leverde Willem van Mulders uit Asse zijn wouw (soort kleurstof) "aan den groenen meersch tussen Baasrode en St-Amands geheeten den houtbriel". De meers

waarvan sprake was dus de strook grasland langs de Schelde tussen de kerk van Sint-Amands en Baasrode. De houtbriel was een aanlegplaats en haven waar waarschijnlijk al van in de late middeleeuwen handelsgoederen werden geladen en gelost.

De Ouden Briel van Buggenhout in de 17de eeuw. Cf. RAG. Kaarten en plans, nr. 486.

Het was een belangrijk handelsknooppunt waar de Schelde en de weg Mechelen-Dendermonde mekaar het dichtst naderden en zorgde zo voor de ontsluiting van West-Brabant. Vooral de handel in hout uit het Buggenhoutbos was belangrijk in de 16de eeuw. Zo haalde Gilbert van Schoonbeke voor zijn huizenbouw in Antwerpen (1524-1547) heel wat hout van de houtbriel te Buggenhout. Door deze economische opleving ontstonden ook de Jonge Briel in Sint-Amands en de Nieuwe Briel in Baasrode. Op een kaart uit de 17de eeuw is zowel sprake van de "Ouden Briel" op grondgebied Buggenhout als van een "Niewen Briel" te Baasrode. Dit wijst op een verschuiving van het economisch zwaartepunt naar Baasrode.

In 1562 gaf Karel van Halewijn, heer van Peene en Sint-Amands, een deel van de "groenen meersch" te Sint-Amands, genaamd "den noordt" in erfpacht aan Diederick van Liefvelt (1521-1601). Doel van deze erfpacht was om de meersen, schorren en weilanden langs de oever van de Schelde vanaf de kerk van Sint-Amands tot de grens met Buggenhout, dus tot aan de Steenovens, in te dijken. Er moesten ook hoofden (= aanlegplaatsen) aangelegd worden die zouden corresponderen met de hoofden van de Sint-Bernaertsabdij te Kastel, aan de overkant van de Schelde. Diederick van Liefvelt had tevens al de heerlijkheid Sint-Amands (waaronder de nabijgelegen "Reyseghemhoeve") in pacht van de heer van Peene. Hij was als het ware de lokale vertegenwoordiger van de heer van Peene en dus onderleenman van de abdij. Hij was het die het "Schaillien hooft" aanlegde en die het "Schaillien huys" bouwde op de plaats waar later de Steenovens ontstonden.

Detail van de kaart van Moerzeke-Kastel uit 1571 met het toponiem "Scaelgen Huus". RAG. Kaarten en plans, nr. 486. Een schaliënhuis was een woning die een zekere belangrijkheid had en daarom bedekt was met blauwe schaliën uit leisteen in plaats van met gewone dakpannen. Blauwe schaliën ontstonden door in een overwelfde houtoven het goed te smoren. Dit hield in dat men de oven volledig afsloot en hierdoor de zuurstoftoevoer werd gereduceerd tijdens het bakproces. Zo ontstonden zogenaamde blauwe of grijze tot zwarte dakpannen. Blauwe dakpannen waren duurder dan rode dakpannen, terwijl blauwe bakstenen eerder goedkoper waren dan rode. Het prijsverschil is te wijten aan een maatschappelijke oorzaak: huizen van een belangrijke instelling of persoon, zoals kloosters, kerken, stadhuizen, ambachtshuizen, woningen van patriciërs in de stad of buitenverblijven van buitenpoorters op het platteland waren doorgaans bedekt met blauwe schaliën uit leisteen. Blauwe daken wezen dus op een sociaal hoger statuut, waren dus ook duurder en zorgden voor een zichtbare sociale kloof. Het "Schaillien huys" zal vermoedelijk in die periode ook een fiscale functie gehad hebben bij het innen van de tienden door Diederick van Liefvelt, die immers ook heer van Sint-Amands was.

 

Detail van een schetskaart van de "groenen meersch" van Sint-Amands uit 1629 door Pieter Vrancx. Cf. ARA. Kaarten en plattegronden, nr. 2663. Het "Schaillien hooft" had niet alleen de functie van aanlegplaats en haven maar was tevens ook een veer naar de hoofden van de Sint-Bernaertsabdij te Kastel. In het jaar 1725 bestaat nog een schoor nabij de Steenovens genaamd "het Spaignie veir", wat een duidelijke verwijzing is naar de vroegere veerdienst. Het lijkt erop alsof Diederick van Liefvelt in die periode vaste voet aan de grond wilde zetten in de regio. Hij kocht in 1579 de heerlijkheid Opdorp en in 1586 kocht hij het hof van Marselaer te Malderen. Hij was overigens in de tweede helft van de 16de eeuw een belangrijk personage in de opstand van de Nederlanden tegen de Spaanse bezetter. Hij was een tijd kanselier van Brabant (1579-1585) en een beroemd diplomaat.

Hij werd opgevolgd door zijn zoon Theoderick van Liefvelt (1556-1624). Deze was een beroemd dichter en er zijn bewijzen dat hij wel degelijk in het Dendermondse heeft vertoefd. Hij trad in dienst van het Staatse leger van de Verenigde Provinciën en trok ten strijde tegen de Spanjaarden, waarbij hij in 1624 ook het leven liet.

In de periode na zijn dood kreeg zijn kleinzoon Jacques Sangelier het flink moeilijk met het behouden van zijn bezittingen, vermoedelijk omwille van de collaboratie van zijn grootvader. Alexander de Bournonville, heer van Sint-Amands sinds 1619, spande immers vanaf 1627 een proces aan tegen de erfgenamen van Theoderick van Liefvelt, waarbij hij de bezittingen van Sanglier te Sint-Amands betwistte.

In 1630 verkocht jonkheer Jacques Sanglier uiteindelijk zijn goederen te Sint-Amands dan maar. Het Schaillien huys met het Schaillien hooft, of wat er na de godsdienstoorlogen van over was gebleven, werd samen met nog heel wat andere bezittingen verkocht aan Gillis Moortgat en zijn echtgenote Anna van Zuene.

Gillis of Egidius Moortgat was een belangrijk personage te Sint-Amands. Hij was meisenier, d.w.z. een soort herenboer maar tevens ook brouwer en ondernemer. Hij behoorde tot de typische ondernemersfamilie Moortgat, die rijk werd door het uitoefenen van vrije beroepen en ambtelijke functies. Gillis Moortgat werd in de jaren 1630 verscheidene malen schepen van Sint-Amands en in 1640 werd hij zelfs burgemeester van Sint-Amands.

Soortgelijke veldovens te Kwaremont, Berchem en Waarmaarde. Cf. ASAERT, G. e.a. Valleien van Schelde en Scarpe, p. 168, plaat 31.

Vermoedelijk werd het leegstaande Schaillien huys afgebroken en werd op de fundamenten de bebouwing van de steenovens aangelegd. De steenovens waren zeker al in 1622 in werking, want dat jaar leverde Gillis Moortgat reeds steen voor de heropbouw van de kerk van Sint-Amands. De herstellingswerken aan de kerk van Sint-Amands na de godsdiensttroebelen waren dus de oorzaak van het ontstaan van de steenovens. Vermoedelijk pachtte Gillis toen nog het Schaillien huys en kocht het dus aan in 1630. Naast baksteen werden ook andere bouwstoffen, zoals kalk, hout en "wase" (= leem, modder) geproduceerd.

Het is goed mogelijk dat kalk in dezelfde steenovens werd gebrand. De steenovens van Sint-Amands waren vermoedelijk niet meer dan veldovens voor lokale productie. Vermoedelijk werd de steen gemaakt uit de rivierafzetting en het slib van de oude schorren en meersen rondom de Steenovens. Vandaar dat hiervan maar weinig sporen meer terug te vinden zijn in het landschap. Toch leverde Adriaen Moortgat, de broer van Gillis, in 1637 ook bouwmaterialen voor herstellingen aan de vestingen van de stad Dendermonde, wat erop wijst dat ze ook in de regio werkzaam waren.

Detail van een kaart van Moerzeke uit de 17de eeuw of 1700 met de erste vermelding van het toponiem "De Steenhovens te St. Amans". Cf. RAG. Kaarten en plans, nr. 485.

De familie Moortgat verbond zich via huwelijk met andere welstellende families uit bv. Buggenhout. Zo trouwde Maria Moortgat, de dochter van Gillis, met Peeter van Wemmele, stadhouder van de heerlijkheid "Moorsrolle" te Buggenhout. Gillis hertrouwde nog in 1654 met Catharina van Boom. Hij stierf in 1668 en zijn erfenis werd verdeeld onder de kinderen uit zijn eerste huwelijk. In 1702 verschijnen in de erfenisakte van Peeter van Wemmele en Maria Moortgat enkele percelen "vuijtgebacken meersch", wat er op wijst dat de steenovenactiviteit waarschijnlijk toen al stil lag.

Vermoedelijk hebben de steenovens van Sint-Amands slechts in de 17de eeuw steen geproduceerd. In 1708 kocht Gaspard van Oudenhove van de laatste erfgenamen van Gillis Moortgat "eene behuijsde hoffstede genoemt de Steenhouvens mette huijsinghe daer op staende gronde ende erve gestaen ende gelegen binnen de prochie ende vrijheijt van St Amans". Het feit dat hier al sprake is van een toponiem kan er ook op wijzen dat de steenovens toen al niet meer functioneerden. De hoeve kreeg een herbergsfunctie, waarschijnlijk in samenwerking met de naburige brouwerij "het Hof", die in bezit was van Gillis van Oudenhove, broer van Gaspard. De veerfunctie en de aanlegplaats bleven een rol spelen. Bovendien hadden de Steenovens in de 18de eeuw ook een fiscale functie. De eigenaar van de Steenovens bezat immers het octrooi op het innen van de belastingen binnen een welomschreven gebied dat zich uitstrekte over zowel Sint-Amands als Buggenhout en niet toevallig goed overeen komt met de oude heerlijkheid Kuitelgem.

 

 "Den Steenovenveir" in 1777. Cf. RAG. Kaarten en plans, nr. 1563.

Gaspard van Oudenhove wordt opgevolgd door zijn zoon Franciscus. Op een kaart uit 1777 verschijnt "den steenoven veir", wat bewijst dat er in Sint-Amands reeds vroeger een veerdienst bestond dan het veer nabij de kerk. Deze veerdienst stond in verbinding met de weg van de dijk naar het dorpscentrum van Kastel. In 1794 kwam het tot een overeenkomst tussen Franciscus van Oudenhove en de erfgenamen van Jan Baptist Van Hemelrijck, eigenaar van "het Hof" om de grens van twee stukken land, gelegen tussen hun hofsteden, recht te trekken.

 

Na de Franse Revolutie kwam de hoeve "De Steenovens" in handen van de Philippus De Clercq. Hij baatte er nog steeds een herberg uit en tevens ook een bleekerij of "blanchisserie". Onder zijn beheer werd een kille gegraven en een grote opslagruimte werd gebouwd voor het stapelen van de goederen uit de schepen. De hoeve bleef gedurende de 19de en 20ste eeuw steeds in handen van de familie De Clercq maar na de Tweede Wereldoorlog raakte de site langzaam maar zeker in verval. Tot de KVNS het heft in handen nam om tot de renovatie van deze historisch waardevolle site over te gaan.

Meer duiding over de geschiedenis van de Steenovens van Sint-Amands kan men terugvinden in "Geschiedenis van de Steenovens van Sint-Amands", geschreven door Filip Hooghe, Marc Peelman en Luc Rochtus, dit boek kan worden aangekocht sinds januari 2006. Het boek kan u bestellen op volgend e-mail adres: filip.hooghe@rochtus.be

Huidige Activiteiten

Contact

Wilt u meer weten over KVNS? Bel, mail of fax ons.

Meer weten?

Meer weten over het werkterrein van KVNS? Bestel ons magazine.