Home > Monumenten > Agrarisch > Hop > Hop Nederland > Schijndelse hop

Monumenten - Agrarisch - Hop - Schijndelse hop

We vonden het dan ook bijzonder interessant om eens een vergelijking te maken van de gelijkenissen en de verschillen van de hopteelt tussen Nederland en Vlaanderen. De tekst hiervolgend is een eerste aanzet tot een comparatief onderzoekje.

Over de Vlaamse hopast vindt je heel wat informatie in de bijdrage over hopasten (binnenkort) opgenomen op onze website. Toen we in contact kwamen met enkele inwoners uit Schijndel die zich bekommeren om het hoperfgoed zoals Henk Beijers waren we erg benieuwd of er in Schijndel nog hopasten zouden terug te vinden zijn. Zonneklaar is dit nog niet, maar het lijkt er inderdaad naar dat alle hopasten verdwenen zijn. Tenzij alle bakovens in die streek grondig onderzocht worden, want hopasten en bakovens gingen geregeld samen. Een combinatie die we ook in Vlaanderen aantreffen. Maar laten we eerst een lokale heemkundige aan het woord die in het kort wat verteld over de geschiedenis van de Schijndelse hopteelt en ook het drogen van hop.

"Schijndelse hopbellen

Een veelgehoorde klacht van de Schijndelse schepenen in vroeger eeuwen was, dat de dorpelingen hun landerijen voor een groot deel moesten gebruiken voor de teelt van hop, omdat zij voor de teelt van granen minder geschikt waren vanwege de lage en zure grond. Men zou daaruit kunnen opmaken, dat de Schijndelaren zich noodgedwongen moesten toeleggen op de teelt van hop. We wagen dit echter te betwijfelen. Al vanaf de 14de eeuw bestond er in Schijndel een levendige handel in hop, niet alleen met Den Bosch en omliggende dorpen, maar ook b.v. Bergen op Zoom, Antwerpen, Amsterdam en via die plaatsen zelfs met Engeland. Het lijkt ons daarom nuttig om wat nader in te gaan op de hopteelt, die vroeger zoveel betekend heeft in het leven van de Schijndelnaren. Zij droegen de hun later toegedichte naam van Schijndelse hopbellen met verve.

Van hop tot gruyt - Uit de historie van de hop

Het tot nu toe oudste bericht over hopteelt te Schijndel dateert uit 1400. In een pachtcontract, gesloten op 19 februari van dat jaar, staat o.a. dat de pachter op 1 oktober 1403 te Schijndel 2020 hopstaken moest leveren aan de verpachter. Hieruit mogen we opmaken, dat de hopteelt toen al beoefend werd. Een nog ouder bericht is afkomstig uit Berlicum. Daar werd al op 16 lei 1342 in de buurt van Hasselt (Nl.) een hopakker verpacht.

De teelt van hop was nogal bewerkelijk. In een brief van de Schijndelse schepenen lezen we daarover: ‘Het teulen van hop vereijst veel moeite, arbeijd en goed mist (mest), en dikwijls gebeurt het, dat de hoppe zooveel niet opbrengt als de costen van de culture bedragen'. Een voordeel was echter, dat veel werk aan de hop ingepast kon worden in het normale boerenbedrijf. De tijden waarin aan de hop gewerkt moest worden, vielen gewoonlijk samen met tijden waarin het op de boerderij minder druk was. Voordat we hier een kort overzicht laten volgen van de jaarlijkse werkzaamheden aan de hop, moet eerst iets gezegd worden over het woord ‘hopkuil' dat talloze keren in archieven vermeld wordt. Dit woord is blijven bestaan tot in de tweede helft van de vorige eeuw, ofschoon het toen zijn oorspronkelijke betekenis al lang verloren had. In de vorige eeuw werd de hop in rijen geplant op een diep doorwerkte akker. Vroeger besteedde men daar minder werk aan. Toen werden alleen de plaatsen waar de hopplanten kwamen te staan omgewerkt. Daartoe werden langwerpige kuilen gegraven van minstens 40 cm diep. In zo'n kuil werden vier hopplanten gezet, waarna hij weer met grond en mest werd opgevuld. Tussen deze hopkuilen moest voldoende ruimte blijven om de nodige werkzaamheden aan de hop te kunnen verrichten. Op één akker van een lopense- te Schijndel het achtste deel van een bunder was plaats voor 350 tot 370 hopkuilen. Dat betekende plm. 1440 hopplanten en evenzoveel hopstaken.

Het voorbereidend werk aan de hop begon al in de wintermaanden met het kappen en gebruiksklaar maken van de hopstaken. Als in het voorjaar de vorst uit de grond was, moesten de hopvelden in orde gemaakt worden. De aangeaarde hopplanten werden vrijgemaakt, waarbij de uitlopers of zijscheuten van de moederplant zorgvuldig verwijderd werden. Daarna werden zij van nieuwe hopstaken voorzien. Als rond half mei de hop begon te groeien, werden de belangrijkste ranken met gedroogde mattenbiezen aan de staak gebonden, terwijl de overige ranken en dieven verwijderd werden. Daarna moest de platgetreden bodem rond de hopkuilen weer los gemaakt worden. In jonge aanplantingen - het duurde twee jaar voordat de hopplant voldoende opbracht- teelde men tussen de hopkuilen allerlei gewassen zoals erwten en bonen als groente, en spurrie, groen en kolen als voer voor het vee. Hiervan behoefde men geen hoptienden te betalen, omdat zij geoogst werden voordat zij rijp waren. Daarna kon men de hop tijdlang vergeten en hopen, dat de in juli en augustus te verwachten onweersbuien met rukwinden en hagel de hopvelden zouden sparen.

De hop werd geoogst vanaf het midden van september, als de graanoogst al binnen was. Er was dan volop werk in de hopvelden. De hopranken werden op een hoogte van plm. 50 cm. afgesneden. In Schijndel noemde men dit het insnijden van de hop. Daarna werden de hopstaken met de ranken uit de grond getrokken en kon men de hopbellen gaan plukken. Dit gebeurde meestal bij de boerderij. Deze bellen moesten daarna zo spoedig mogelijk gedroogd worden, bij goed weer in de zon of droogschuren en anders in de talrijke esten of esthuizen die Schijdel vroeger bevat. Op oude kaarten staan deze esthuizen aangegeven als rechthoekige gebouwtjes die doen denken aan bakhuisjes. Hierin werd vroeger een turfvuur gestookt, vermoedelijk onder een lemen of een stenen vloertje waarop de hop werd gedroogd. Vanwege het brandgevaar, vooral als het drogen van hop toevertrouwd werd aan oudere mensen, stonden zulke esthuizen op een flinke afstand van de boerderij. De gedroogde hopbellen werden daarna in grote zakken gedaan en waren dan gereed voor de verkoop. Nadat de hop in het bijzijn van de hopmeter, die de kwaliteit van de hop moest keuren, aan opkopers verkocht was, moesten de hopplanten beschermd worden tegen de naderende winter. De planten werden daartoe aangeaard, waardoor de hopvelden het aanzien kregen van akkers, bedekt met molshopen. In tegenstelling tot korenvelden die ieder jaar opnieuw ingezaaid moesten worden, gingen hopvelden jarenlang mee, als zij tenminste goed bemest werden. Pas na een goede twintig jaar waren zij aan vernieuwing toe."

We citeerden uit het boek ‘Historische Verkenningen - Schijndel' geschreven door pater Wiro Heesters uit 1984.

Henk Beijers heeft eveneens een boekje geschreven over de Schijndelse hop. Zijn mening over hopasten (in Schijndel spreekt men van hopesten) luidt als volgt:

 "In het algemeen gesproken waren de Schijndelse hopesten gebouwen of gebouwtjes met een goed afgesloten dak, die werden opgetrokken van fitselstek en leem en binnen bouwde men er vaak van latten of boonstaken een soort zoldertje in waarop men de hopranken te drogen kon leggen of hangen. Men liet over het algemeen de natuur verder zijn werk doen. De deur werd open gezet zodat de wind er goed bij kon en zo liet men de hopranken versneld drogen. Extra warme lucht toevoegen is zeker niet gebeurd in de 18e en 19e eeuw, want over al die technieken kon men toen nog niet beschikken. Misschien dat sommige landbouwers ook hun ‘bakhuisje of bakest' wel gebruikt hebben om de hop extra snel te drogen. Daarover is in de archieven tot op heden niets teruggevonden."

Over de hopteelt in Schijndel vindt je nog veel meer informatie op de website van de brouwerij Sint-Servattumus.  www.sintservattumus.nl/hop.html

De website van onderzoeker Henk Beijers is beslist een aanrader. Zie maar eens op zijn site www.henkbeijersarchiefcollectie.nl

Iedereen die ons kan helpen bij onze zoektocht naar hopasten zowel in Vlaanderen, maar ook in Nederland, wordt vriendelijk uitgenodigd om contact op te nemen met ons. Door de vergelijking te maken tussen een gebouwtje met dezelfde functie maar op gelokaliseerd in verschillende regio's hopen we meer over de technische evolutie van het fenomeen droogasten te weten te komen!

Het Hopmuseum in Poperinge (B.) en de Vrieden van het Hopmuseum vzw bieden ruimere informatie over de hopcultuur.  Even surfen naar www.hopmuseum.be

 

 

 

Huidige Activiteiten

Contact

Wilt u meer weten over KVNS? Bel, mail of fax ons.

Meer weten?

Meer weten over het werkterrein van KVNS? Bestel ons magazine.