Home > In 2010 vierde KVNS feest > Op weg naar 100 jaar > Deel 2

Op weg naar 100 jaar Natuur & Stedenschoon Deel 2

"De belofte van het lichaam: Evert Peeters - Een geschiedenis van de natuurlijke levenswijze in België, 1890-1940" Nieuwe studie over de terugkeer naar de natuur omstreeks 1900.

In het vorige nummer van Land in Zicht beschreef Hugo Delanghe het eenzame gevecht van de kunstenaars en wereldverbeteraars die in 1910 de Vereniging tot behoud van Natuur- en Stedenschoon - de latere KVNS - oprichtten. Veel steun vonden natuurbeschermers als de schrijver Amand de Lattin en eigenzinnige anarchisten als Victor Resseler en August Vermeylen aanvankelijk nog niet. Slechts een minderheid, zo leek het, was bereid de Kalmthoutse heide te beschermen of de snelle verstedelijking van de polderdorpen af te remmen. Toch was die minderheid groter dan op het eerste zicht gedacht. Zij manifesteerde zich immers niet alleen in vooruitstrevende burgerlijke genootschappen als de KVNS of in 6 avant-gardistische kunstenaarskringen als De (Antwerpse) Kapel, maar ook in de steeds modieuzere vegetarische beweging, in het groeiende klantenbestand van de moderne natuurgeneeskunde of in het steeds populairdere naturisme als alternatieve vrijetijdsbesteding. Het verlangen naar een natuurlijker levenswijze was omstreeks 1900 breder dan de beweging natuurbescherming. Een prominente Kvns'er als Resseler wandelde over de heide én interesseerde zich in natuurlijke therapieën, terwijl Vermeylen experimenteerde met het vegetarisme. De terugkeer naar de natuur die bij het begin van de twintigste eeuw opgang maakte, was niet alleen een zaak van lobbying en activisme, maar bovenal ook van lifestyle. Het eigen leven, en vooral het eigen lichaam, vormde de poort waarlangs een authentieker bestaan moest worden veroverd.

Die stelling verdedigt de Vlaamse historicus Evert Peeters in zijn boek De beloften van het lichaam, dat dit voorjaar bij Bert Bakker verschijnt. Naast Resseler en Vermeylen, worden daarin allerlei andere wereldverbeteraars opgevoerd, die vanaf het einde van de negentiende eeuw de genezing van de moderne cultuur beloofden. Er wordt uiteengezet hoe natuurgenezers, vegetariërs en naturisten, naar het voorbeeld van de Duitse beweging voor ‘Lebensreform', ook in België ‘het leven' wilden ‘hervormen'. Zij deden dat met culturele en artistieke, maar evengoed met medische en ‘wetenschappelijke' argumenten. Vergeten helden als Sebastian Kneipp of Juddi Krishnamurti en bereikten ook in België een groot publiek. Dat succes wordt in dat boek verklaard aan de hand van de angsten en onzekerheden van de nieuwe middenklassen, die het gros uitmaakten van de Belgische ‘Lebensreform'-aanhang. Deze middengroepen hadden zich vanaf het einde van de negentiende eeuw gestadig uitgebreid, terwijl ook hun waardepatroon in het geheel van de samenleving steeds dominanter was geworden. Het ging niet om een economische, maar om een sociaal-culturele burgerij die de strikte klassengrenzen overschreed. In dat waardepatroon hielden individuele verantwoordelijkheid en prestatiemoraal enerzijds, en angst voor sociale degradatie anderzijds, elkaar in evenwicht. In de terugkeer naar de natuur, zo betoogt Peeters, beleed deze nieuwe burgerij de onvrede met zichzelf.

Het verlangen naar een authentieker en ‘natuurlijker' bestaan, zo gaat de redenering verder, toonde zich zowel in negatieve als in positieve zin. In de eerste plaats klonk in de terugkeer naar de natuur een intellectuele cultuurkritiek. In deze cultuurkritiek figureerden een karakterloos individu, een zieke stad, een degenererend ras. Er werd gevreesd voor de mogelijke gevolgen op lange termijn van de onhygiënische leefomstandigheden in Brussel, Charleroi of Gent. Maar er werd ook gewaarschuwd voor de oprukkende modekwaal neurasthenie en voor alcoholisme. De persoonlijke en maatschappelijke tekortkomingen werden geweten aan de steeds kunstmatiger levensstijl die industrialisering en verstedelijking met zich hadden gebracht. De wereld waarin de nieuwe middenklassen ontwaakten, beviel niet iedereen. Die wereld diende te worden geheeld, in de tweede plaats, met positieve, lichamelijke remedies. Belgische ‘Lebensreformers' gaven zich over aan allerlei vormen van lichaamscultuur, stelden hun hoop in een ‘natuurlijke levenswijze', en maakten de intellectuele cultuurkritiek op die manier tastbaar en invoelbaar. De eigen fysieke conditie was voor vegetariërs, natuurgenezers en naturisten een barometer voor de staat van de burgerlijke orde. Tegelijk werd, om de beschaving te redden, ook vertrouwd op de natuurkrachten die in zichzelf verscholen lagen. De wereld werd een lichaam; en het lichaam een wereld op zich.

In dit boek wordt een breed panorama geschetst. Er wordt duidelijk gemaakt welke natuurlijke praktijken ontstonden in het gevecht tegen oude gewoonten en (vermeende) gedegenereerde maatschappelijke normen. Maar tegelijk wordt inzicht geboden in de argumentatiestijl van deze natuurlijke profeten. Ook die retoriek lijkt vandaag nog niet helemaal te zijn verdwenen. Natuurgenezer bevochten een te analytisch geachte bacteriologische geneeskunde en bepleitten een nieuwe, maar onmogelijke synthese van oude holistische en vitalistische principes enerzijds, en medisch-wetenschappelijke laboratoriumpraktijk anderzijds. Tegelijk klonk er onvrede over het groeiende monopolie van de medische stand en werd er gestreden voor een zo groot mogelijke vrijheid in het medische beroep. Ook ongeschoolde (en des te ‘intuïtiever', ‘natuurlijker' en ‘volksverbonden') genezers verdienden volgens de ‘Lebensreformers' hun plaats op de medische markt. Tenslotte toonde de terugkeer zich ook in een specifieke (a)politieke retoriek. Ook de samenleving als geheel moest harmonischer, zachter en rechtvaardiger worden. De revolutie van het lichaam stutte ook een nieuwe sociaal lichaam of ‘body politic'. Katholieke waterdokters, vrijzinnige vegetariërs en theosofen pasten de lichamelijke hervorming in binnen verschillende levensbeschouwelijke kaders, terwijl liberale geheelonthouders, anarchistische koloniebouwers en andere politieke radicalen de ‘Lebensreform' ook van uiteenlopende ideologische kleuren voorzagen.

De terugkeer naar de natuur wordt in dit boek als een veelzijdige wereld bestudeerd. Steeds opnieuw valt de klemtoon op de obsessie met authenticiteit en ‘echtheid' die in een genootschap als de Kvns, maar ook daarbuiten kon worden geregistreerd. Het was een obsessie die ook na 1940 aan kracht bleef winnen. Net als de sociaal-culturele burgerij die in de naoorlogse welvaartstaat definitief tot dominante (culturele) klasse werd en die sinds 1890 de nieuwe lichamelijke idealen had uitgedragen. De ‘Lebensreform' werkte door, maar de bronnen van die werkzaamheid bleven moeilijk egankelijk. De beweging sloeg immers niet neer in vertogen en pamfletten, in parlementaire debatten of in straatrumoer. De ‘Lebensreform' toonde zich in een lichamelijke kracht, in een theater zonder woorden.

De handelseditie van De beloften van het lichaam verschijnt in maart 2008 bij Bert Bakker (Amsterdam). Vraag ernaar in de boekhandel of kijk op www.pbo.nl.

Sporen van KVNS in het Vlaamse land

De vereniging Natuur & Stedenschoon heeft tijdens haar bestaan -hoe kan het anders- een aantal materiële sporen in het Vlaamse landschap nagelaten. In de volgende nummers van Land In Zicht wensen we deze sporen opnieuw onder de aandacht te brengen. We starten met West-Vlaanderen. Heb je zelf nog weet van dergelijke sporen zoals herdenkingsbordjes, een standbeeld of wat dan ook, aarzel niet om ons hiervan op de hoogte te brengen.

In de jaren 1960 was er in West-Vlaanderen een heel actieve KVNS-afdeling. Op een bepaald moment telde de Ieperse arrondissementsafdeling 250 leden! Omdat op 5 december 1960 het vijftig jaar geleden was dat te Antwerpen de Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon werd opgericht, vonden in de Vlaamse provincies vieringsdagen plaats, zo ook "De West-Vlaamse Dagen" die weer onderverdeeld waren in een "Brugse Dag" en een "Ieperse Dag". Het was naar aanleiding van deze laatste dag in de Westhoek op 17 juli 1960 dat een uitstap doorheen de landschappen van Zuid-West-Vlaanderen werd ondernomen. Uit het herdenkingswerkje "Een halve eeuw Natuur- en Stedenschoon (1910-1960)" die als jubileumnummer van het maandschrift van Natuur- en Stedenschoon (34 ste jaargang nr. 1-3, januari-maart 1961) verscheen, lezen we op pag. 49 het relaas door Henri Wullus van die rondrit. Bij de West-Vlaamse heuvels stappen we even uit en nemen we je mee om het weidse landschap van de ‘bergen' te overschouwen: "De reis was dermate ingericht dat de karavaan langs een 20-tal plaatsen voorbijkwam waar de Ieperse afdeling tijdens haar 2-jarig bestaan reeds iets ter bescherming en verfraaiing van onze landschappen had tot stand gebracht. In de voormiddag werden drie van zes onderscheidene landschappen van ons arrondissement doorkruist, nl. de streek om Ieper, de heuvelkam van Binnen-Vlaanderen en het Leiedal, om langs de meest schilderachtige wegen op de middag de Scherpeberg te bereiken. Een korte doch zeer zinvolle plechtigheid greep er plaats: de inwijding van een rustbank met herdenkingsplaats Natuur- en Stedenschoon 1910-1960 op de mooiste plaats van deze heuvel die in zijn totale ongeschondenheid als een symbool is van onze betrachtingen. Van hieruit heeft men een ongemeen heerlijk uitzicht op de Kemmelberg en de hoogvlakte van Mesen en Wijtschate enerzijds, en anderzijds op Ieper en de brede vlakte tot de grens van het arrondissement."

Zo gaat dit verder, onder meer een hele trits prominenten worden opgesomd die bij de inhuldiging aanwezig waren. We leren bijvoorbeeld dat dhr. Veys toelating gaf om de bank op zijn grond op te richten. (wie de bank ontwierp en/of maakte, weten we voorlopig niet) Een belofte die tot vandaag geldt, want 48 jaar later staat deze bank er nog altijd. De Ieperse afdeling had enkele strijdpunten zoals de verfraaiing van de Ieperse vesting, protest tegen het zomaar kappen van bomen, tegen het alom plaatsen van elektriciteit- en telefoonpalen maar ook voor het behoud van de sublieme zichten op de West-Vlaamse heuvels. In 1957 was er sprake van de aanleg van een zetellift tussen de Zwarte Berg en de Rode Berg. In de briefwisseling van deze afdeling lezen we dat men zich heel ongerust maakte over de mogelijke oprichting "van een zweefspoor". Terecht werd gevreesd dat bij de aanleg van zo een zetellift er grote druk zou ontstaan op dit gebied vooral vanuit commerciële toeristische hoek. Men ergerde zich aan de plannen om naast deze zetellift die de twee ‘toppen' van de heuvels zou verbinden, er ook een nieuwe weg tussen de twee heuvels gepland was, gecombineerd met de oprichting van hotels en drankgelegenheden. De gevolgen zijn inderdaad niet uitgebleven. We nodigen iedereen uit om op een mooie zondag naar deze streek gaan, meer bepaald de Zwarte berg en de Rode Berg om de grote volkstoeloop te ervaren. Het is een verloren strijd geweest in het vrijwaren van het prachtige uitzicht op de valleien en heuvels. Gelukkig is de vista vanop de zitbank op de Scherpeberg niks veranderd. Het golvend landschap spreidt zich nog net zoals in 1960 zich voor je uit. Na het bezoek aan de drukke hoofdweg die de Zwarte Berg met de Rode Berg verbindt, ga dan naar de Scherpeberg en neem plaats op de zitbank die op jouw komst wacht!

Huidige Activiteiten

Contact

Wilt u meer weten over KVNS? Bel, mail of fax ons.

Meer weten?

Meer weten over het werkterrein van KVNS? Bestel ons magazine.