Home > In 2010 vierde KVNS feest > Op weg naar 100 jaar > Deel 1

Op weg naar 100 jaar Natuur & Stedenschoon - Deel 1

Natuur- en Stedenschoon en de kunststromingen rond 1910

De oprichting van de Vereniging tot behoud van Natuur- en Stedenschoon (VNS) in 1910 was zeker niet vreemd aan haar tijd; zelf waren de stichters uitermate visionaire geesten; die destijds, in 1910, bij de aanvang van de wondereeuw van een snelle evolutie in humane en exacte wetenschappen maar ook van de diepste tragiek van twee brutale wereldoorlogen, opkwamen voor natuur- en stedenschoon, omdat zij voorvoelden wat er ging veranderen en welke schendingen zich in ons erfgoed konden voordoen. Dit was voor een deel een hachelijke zaak omdat in vele lagen van de bevolking het begrip natuur- of milieubeleving nog niet bestond en omdat de overheid zeer onbegrijpend stond tegen de nieuw gelanceerde stromingen die opkwamen voor natuurbehoud en de bewondering voor ons historisch stedelijk erfgoed. Overal in West-Europa ontstonden in die tijd verenigingen die opkwamen voor het behoud van ons erfgoed. Het parallellisme met het buitenland was opvallend: dikwijls ontstonden verenigingen naar aanleiding van een concrete bedreiging: Naardermeer (Natuurmonumenten), Lüneburger Heide (Verein Naturschutzpark), Natuur- en stedenschoon (Kalmthoutse Heide en Westhoekduinen te De Panne). Ook kan niet worden vergeten dat sommige personen, gesterkt door een verenigingsleven, de loop van de geschiedenis kunnen bepalen wanneer zij een voortrekkersrol kunnen opnemen. De stichters van de Vereniging waren duidelijk zulke mensen.

Een rurale samenleving

Antwerpen was in 1910 een stad met aan de rand nog velden, weiden en akkers. Niet ver buiten de stad lagen uitgestrekte, prachtige bosarealen.

Vlaanderen was, op enkele plekken na (bv. de eerste Antwerpse haven), nog zuiver agrarisch; de evolutie naar een industriële (2de revolutie, opkomst van electriciteit) en dienstenmaatschappij maakte natuurbescherming uitermate noodzakelijk naar de toekomst toe, maar slechts een zeer beperkte groep mensen was zich daarvan in 1910 bewust. Men bekijkt maar even de foto's van Jean Massart (prof aan de ULB) van het landelijke Vlaanderen in die tijd en de schok die men ervaart bij het zien van de huidige situatie op diezelfde plaats. Ook de neoromantische gedachte speelde een rol als reactie op een tweede industrialiseringsgolf. De romantiek was immers een reactie op de eerste.

De mobiliteitsdrang van de mens, de uitbreiding van de bewoning en de alsmaar verdergaande industrialisering in de 20ste eeuw zou het landschap in Vlaanderen zwaar aantasten; tal van zware belastingen in het milieu traden op.

De neoromantiek

De Neo-Romantiek is een langdurige beweging die begint aan het einde van de negentiende eeuw en een herleving is van de Romantiek in de kunst en de literatuur en was een reactie op het naturalisme, dat het leven weergaf in al zijn rauwheid. De naturalist in de kunst gaat uit van externe observatie, de neo-romanticist voegt gevoelens en interne observatie aan zijn werk toe. Net zoals in de Romantiek putten zij inspiratie uit de plaats waar zij zich bevinden in historische weidse landschappen. Met het uiten van dit gevoel reageren zij in het algemeen op de 'lelijke' moderne wereld van machines, nieuwe steden en welvaart. Natuur- en stedenschoon past in dit plaatje wel.

Het anarchisme

Het Anarchisme (afkomstig uit het Griekse an= geen, archos = heerser) als strekking is het streven naar een geweldloze situatie of samenleving waarin mensen zonder macht of autoriteit leven (de werkelijke betekenis van anarchie). Het is de verzameling denkwijzen die terug te brengen is tot de gedachte dat een individu op geen enkele manier een ondergeschiktheid áán of vàn iets of iemand erkent.

In de gewone omgang wordt de term anarchisme vaak verward met een andere betekenis van het begrip anarchie, dat vooral gebruikt wordt om chaos en wanorde aan te geven. Men gebruikt wel eens de term sociaal-anarchisme om het echte, ware anarchisme aan te geven: door de afschaffing van de staat een sociaal paradijs te creëren. Het was een authentieke uitdrukking van verzet tegen de gevestigde orde.

De oprichting van Natuur- en Stedenschoon dient in deze zin gekaderd te worden: een verzet tegen de gevestigde orde die ons erfgoed verkwanselde of er tenminste geen aandacht voor had. De aanhang van beide bewegingen (anarchisme en Natuur- en Stedenschoon) onder schrijvers, kunstenaars en intellectuelen was groter dan tot nu toe door historici werd aangenomen; het anarchisme had weerklank bij allerlei levenshervormers van diverse pluimage.

Tot de anarchisten van Natuur- en Stedenschoon behoorden Victor Resseler, August Vermeylen, Ary Delen en Jan Eelen. In de verte van de VNS staan: Emile Verhaeren (Sint-Amands), sympathisant, George Eekhoud (Kapellen) (naturalistische schrijvers), Walter Vaes (kunstschilder) en Willem Elsschot (letterkundige, Antwerpen). Antwerpen is hoofdzakelijk de belangrijkste broedplaats geweest van nieuwe stromingen in Vlaanderen.

De Kapel

In een in onbruik geraakte barokkapel in de Falconrui 47 te Antwerpen (kapel Van Lantschot, onderdeel van het godshuis Landschot) kwamen op het einde van de 19de eeuw regelmatig leerlingen van het atheneum van Antwerpen bijeen; de beweging van de De Kapel markeert het begin van een bewogen eeuw kunst en cultuur in de Scheldestad, waarin Natuur- en Stedenschoon ook haar eigen belangrijke plaats zou innemen als redder van ons uitermate waardevol erfgoed.

Dikwijls was die strijd eenzaam, hard, verbitterd, steeds tegen onbegrip van de overheid en van de gewone man in de straat in, met overwinningen en diepe ontgoochelingen maar met de bedoeling een betere wereld te stichten met respect voor natuur- en stedenschoon. Thijs Caspers (NL) meent in zijn doctoraal proefschrift 'De geschiedenis van de natuurbescherming in België 191-1930 ' daarin een gebrek aan diplomatie te zien en een nauwelijks verholen uiting van misantropie (mensenhaat). Misschien was Amand De Lattin (wantrouwen van mensen en pessimistische levensvisie) hier wel de uiting van, maar hij stond zeker niet model voor de gemiddelde ideeën van de Vereniging, al kwam hij wel vaak op de voorgrond.

Die strijd was veeleer vanuit strakke principes ingegeven, zonder mogelijke toegeving: slechts een vaste en harde rechtlijnige houding kon volgens de VNS tot een effectief gunstig resultaat leiden.

De Kapel was een mystieke, artistieke en sociaal-filosofische vereniging in Antwerpen (op initiatief van één van hen, met name Frans Franck) die een diepgaande invloed zou hebben op een hele reeks van culturele activiteiten in de eerste helft van de 20ste eeuw:

- 'Van nu en straks' in de literaire wereld

- de 'Maatschappij der nieuwe concerten' in de muzikale wereld

- de groep 'Kunst van heden' in de schilderkunst

Onder leden van De Kapel vinden we Lode Baekelmans (gehuwd met Alida Resseler, zuster van Victor Resseler), Richard Baseleer, de broers Joris en Emmanuel De Bom, Jan Eelen, Ary Delen, Willem Elsschot (Alfons De Ridder), Frans Franck, Lodewijk Mortelmans, Jef van Overloop en Victor Resseler.

In de kapel vond men op donderdagavond anarchisten van uiteenlopende pluimage, individuen die in het Antwerpen van de eeuwwisseling 1900 de strijd voor een artistieke en sociale hervorming hadden aangebonden

Ary Delen noteerde later: "we waren anarchisten, flaminganten en theosofen, idealisten en dwepers, hemelbestormers, onbezorgd en geestdriftig en hardnekkige vrijheidsliefhebbers. We waren woest en ongenadig onrechtvaardig zelfs. We hemelden op en braken af...".

Kunstzinnige stromingen: literair, muzikaal, schilderkunst

Van nu en straks

'Van nu en straks' werd opgericht te Kalmthout in de woning van thans Dr. Van Peel, Kapellensteenweg 118 op de hoek met de Vogelzangstraat; onvermijdelijk kenden haar leden de heide waar Natuur- en Stedenschoon voor werd opgericht in 1910. Dat blijkt overigens uit een aantal heidegedichten gepubliceerd in het tijdschrift.

'Van nu en Straks' (1893-1894 en 1896-1901) droeg bij tot de hernieuwing en heropleving van de Vlaamse letteren. Er zijn gelijkenissen met 'De Nieuwe Gids', maar 'Van Nu en Straks' verwierp de 'kunst om de kunst' (l'art pour l'art). De ideale kunst is een levensvorm die de individuele ontroering verheft op een algemeen vlak. Een synthetische levensvisie (de ganse mens) stond in het teken van de neoromantiek.
De eerste reeks (1893-1894) geschriften was overwegend gewijd aan literatuur en beeldende kunst. De redactie bestond uit Cyriel Buysse, Emmanuel de Bom, Prosper van Langendonck en August Vermeylen. Henry Vandevelde zorgde voor de typografie en Theo van Rijsselberghe, James Ensor en Jan Toorop zorgden voor de illustraties.
Van 'Nu en Straks' was de spreekbuis van de avant-garde in het Vlaamse Fin de siècle van de negentiende eeuw. Het introduceerde een intellectualistische kunstopvatting, gestoeld op anarchisme, symbolisme en art nouveau. Prosper van Langendonck was de vreemde eend in de bijt. Hij werd wel aanvaard door de andere 'negentigers', maar was als overtuigd katholiek natuurlijk geen voorstander van het anarchisme. Na verloop van tijd zwakte dat anarchisme trouwens af, of evolueerde naar een humanistisch socialisme zoals bij August Vermeylen.
In de tweede periode kwam er zelfs nog een gelovige bij in de persoon van Karel van de Woestijne. Ook Stijn Streuvels verleende zijn medewerking en Herman Teirlinck mocht debuteren. Verder verschenen ook geschriften van Hugo Verriest en Guido Gezelle.
In 1901 was het animo van de meeste redactieleden voor het anarchisme weggeëbd. Bovendien leidde een meningsverschil over de publicatie van "Wellust" van Jacques Mesnil (ps. van Jacques Dwelshauvers) de zwanenzang van het tijdschrift in.
We vinden dus verschillende leden van Natuur- en Stedenschoon in de annalen van deze literaire zeer belangrijke vereniging in Vlaanderen, die werkelijk grensverleggend is geweest.

De redactie zocht aansluiting bij Franstalige artistieke bewegingen, zoals Les XX en La Libre Esthétique en poogde ook een Vlaams antwoord te formuleren op de vernieuwende klanken uit Nederland met de bedoeling geen provincialistische, maar een internationale weg in te gaan. Men streefde in tegenstelling tot Kloos en de zijnen niet naar individualisme en "l'art pour l'art", maar naar een gemeenschapskunst. Men wou een avant-gardeorgaan zijn zonder esthetische dogmata. Men keerde zich tegen het realisme en het naturalisme, omdat dit te oppervlakkig werd gevonden. Bij Van Nu en Straks was het van belang dat literatuur "hogere facetten " van het leven weergaf.

In Vlaanderen zorgde Van Nu en Straks in amper tien jaar tijd voor een ware omwenteling in de Vlaamse cultuur en fungeerde het als katalysator voor de vrijzinnige en katholieke bladen die in dezelfde tijd ontstonden, vernieuwd of heropgericht werden.

Na lange tijd achterop te zijn gebleven, had de Vlaamse literatuur rond de eeuwwisseling eindelijk een tijdschrift gevonden waarmee het niet meer moest onderdoen voor de Nederlandse.

In 1998 werd het tijdschrift heropgericht.

De Alvoorders

Het tijdschrift Alvoorder verscheen in Vlaanderen in 1900 en 1901. Het werd opgericht op initiatief van Willem Elsschot en verscheen tweemaandelijks. Het blad had een vrij progressieve, licht anarchistische inslag. Onder de redacteurs bevonden zich Herman Teirlinck en Lode Baekelmans.

In het archief van de KVNS bevindt zich nog een oude foto, genomen te Heide rond 1900 met vermoedelijk daarop de Alvoorders en hun dames.

Ontwaking

De artistieke beweging van De Kapel, genoemd naar de plaats van samenkomst, markeerde het begin van een bewogen eeuw kunst en cultuur in de Scheldestad. Het tijdschrift Ontwaking, in 1896 (verdergezet 1902-1909) opgezet door de latere zwagers Resseler en Baekelmans, droeg de kiemen van een artistieke revival. Drukker en uitgever van het periodiek was Resseler, die in die tijd bovendien de energieke voorzitter was van een strijdlustige flamingantische kring waarin leerlingen van het atheneum zich hadden verenigd. Baekelmans was één van de toonaangevende figuren van het groepje literatuurliefhebbers, dat 'Voor Elck wat Wils' werd gedoopt.

Maatschappij der Nieuwe Concerten

De Antwerpse Koninklijke Maatschappij der Nieuwe Concerten was één van de belangrijkste concertverenigingen in België. In 1903 groeide de organisatie uit De Kapel. De feitelijke stichters waren Frans Franck, de beroemde Wagnertenor Ernest van Dyck en Maurice Huffmann en Henri Fester (twee ex-voorzitters van de ter ziele gegane Société de Musique). Muziekdirecteurs waren Lodewijk Mortelmans (1903-1914) en Lodewijk De Vocht (1921-1936). Dankzij het mecenaat van de Duitse handelskolonie in Antwerpen kon de vereniging grote internationale dirigenten en solisten aan het Antwerpse publiek presenteren. Onder hen Gustav Mahler, Richard Strauss, Igor Stravinsky, Sergei Prokofiev, Nathan Milstein en Claudio Arrau.

Kunst van Heden

Eerder genoemde namen als Lodewijk Mortelmans en Richard Baseleer maken duidelijk dat De Kapel zich niet alleen op het literaire terrein bewoog. Rond 1903 groeide op initiatief van Mortelmans uit De Kapel de Maatschappij der Nieuwe Concerten, die gerenommeerde componisten en dirigenten naar Antwerpen zou halen. En in 1905 maakte zich van De Kapel een groep schilders los, die, aangevoerd door Baseleer, Kunst van Heden zou stichten. Beide verenigingen waren voortgevloeid uit de concerten en tentoonstellingen die in De Kapel werden georganiseerd en zouden blijven bestaan tot respectievelijk 1937 en 1962. De specifieke Kapel-activiteiten eindigden omstreeks 1906.

Expo honderd jaar Kunst van Heden

In het Museum Eugeen Van Mieghem aan de Beatrijslaan op de Antwerpse Linkeroever liep tot 30 oktober 2007 een overzichtstentoonstelling naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de Antwerpse kunstvereniging 'Kunst van Heden'.

'Kunst van Heden' werd opgericht op 1 maart 1905 door figuren als de Antwerpse zakenlui Louis, François en Charles Franck, Pol de Mont en Emmanuel de Bom. Voor de financiering werd steun gezocht bij de Antwerpse industriëlen, zoals de families Bracht en von der Becke. Deze laatste richtte in 1872 trouwens mee de rederij Red Star Line op.

Het ledenbestand omvatte figuren als Constantin Meunier, Georges Minne, Jakob Smits en James Ensor. Er werden tentoonstellingen georganiseerd met werken van onder meer Auguste Rodin, Constant Permeke, Gustave en Leon De Smet, Gustave Van de Woestijne, Rik Wouters en Eugeen Van Mieghem.

Tijdens de tweede wereldoorlog overleden verscheidene stichters, terwijl andere naar het buitenland verhuisden. Dat betekende de aftakeling van de vereniging, die het met een laatste tentoonstelling in 1959 definitief voor bekeken hield.

Besluit: Natuur- en Stedenschoon, een kunstzinnige vereniging

De oprichting van de VNS kaderde helemaal in de tijdsgeest van waarlijk anarchisme en de kunststromingen in de letterkunde en de schilderkunst waarbij vooral de schoonheid van de dingen in de natuur opviel. Die onmetelijke vrijheid, geliefd door de anarchisten (zonder staatsgezag), letterlijk vrij van heersers, viel vooral te vinden in de onmetelijkheid van de natuur, zo gesymboliseerd door de Kalmthoutse heide en de zeeduinen van de Westhoek, in 1910 nog ongerepte gebieden waar Jean Massart met zijn ezeltje naar toe trok om prachtige foto's te nemen. De schoonheid was in die tijd het belangrijkste aspect wat men zag. Het was een stadium wat men historisch en psychologisch door moest om later de sociale, wetenschappelijke en politieke elementen te vatten, al blijkt uit de geschriften van die tijd, de eerste periode van de VNS, dat deze duidelijk al in de kiem aanwezig waren.


Men kan zich afvragen: waar vond men in de natuur die onmetelijke vrijheid, dat kosmisch gevoel meer dan op die Kalmthoutse Heide die haast nog ongerept was, een zandwoestenij met hier en daar een eenzame den, vennen en plukjes struikhei? Waar kon men zich meer afwenden van het jachtige leven in de stad, veroorzaakt o.m. door een onnadenkende overheid en steeds maar van zichzelf weghollende burger? (zie Jan van Nijlens 'Druilende burgerij'). Waar had men meer de indruk van een eindeloze horizon die niet beklemt?

Waar had men prachtige nog stuivende duinen, ver van zee, die deden denken aan een stukje Sahara in de zomer? Te Kalmthout....

Men denke ook even aan de nog ongerepte zeeduinen te De Panne, stuivende zanden van een eindeloosheid, die later ten prooi zouden vallen

aan speculanten en dubieuze politici...

Hugo Delanghe.

Een ontmoeting op de Huzarenberg

Bij een aantal foto's uit de collectie Hendrik Delvaux waarop deelnemers te zien zijn aan excursies van de ‘Vereenigng tot Behoud van Natuur- en Stedenschoon' in de beginjaren van onze organisatie zit er één die we met grote zekerheid kunnen dateren.

Rechts vooraan aan de voet van een boom zien we een aantal jonge mensen in merkwaardige uniformen. Het betreft hier een aantal leden van de Wandelknapen.

Deze jeugdgroepering werd in oktober 1912 gesticht door Victor Resseler in het kader van de eveneens in 1912 door hem opgerichte ‘Vereeniging tot bevordering van Volkskracht'.

De Wandelknapen brachten zowel meisjes als jongens samen in een pluralistische geest.

De Volkskracht beweging stond ‘boven politieke, wijsgerige en godsdienstige verdeeldheden'. Uit artikels in het blad ‘Volkskracht' blijkt dat Victor Resseler het gedachtegoed kende van de Britse generaal Baden Powell die in 1908 het werk ‘Scouting for Boys' liet verschijnen. Evenwel vond hij deze Britse scoutsbeweging wat ál te militaristisch van opvatting. Het hart van Victor Resseler ging duidelijk meer uit naar de Duitse Wandervögel. Voor de Wandelknapen spiegelde hij zich dan ook meer aan deze Duitse variant van de terug-naar-de-natuur beweging.

Het ging er om de stadsjeugd terug in contact met de buiten te brengen, letterlijk de boer op.

Uit de verslagen van uitstappen die verschenen in het Wandelknapenblad ‘Vlaamsch leven' weten we dat er in 1913 drie maal een ontmoeting was tussen de ‘Vereenigng tot Behoud van Natuur- en Stedenschoon' en de Wandelknapen. De eerste was op 25 mei 1913 en had plaats in de omgeving van de Huzarenberg. Ongetwijfeld is toen deze foto genomen. In het verslag door Wandelknaap Bart Bergsneider lezen we dat er om kwart voor acht op de Sint Jansplaats werd samengekomen door de 1e jongensgroep.

Ze stapten naar de IJskelder (bij Merksem) en namen daar de stoomtram naar Stabroek.

"Van Stabroek gingen wij langs den Huzaren-berg de heide in, waar wij onze tenten opsloegen. Na goed gegeten te hebben gingen wij langs Put naar het ‘Ravenhof'. Daar aangekomen ontmoetten wij de Vereeniging tot behoud van Natuur- en Stedenschoon. Wij bezochten met deze vereeniging het hof. Na dit bezoek gingen wij eenigen tijd in een naburig mastbosch rusten." Daarna ging het terug naar Stabroek om de stoomtram te nemen en om acht uur in Antwerpen aan te komen.

Dat er ontmoetingen georganiseerd werden tussen beide verenigingen is geen wonder.

Victor Resseler was in 1910 bij de stichters van Natuur- en Stedenschoon. In 1912 beveelde secretaris Amand de Lattin van Natuur- en Stedenschoon onze leden aan een abonnement te nemen op het maanschrift ‘Volkskracht'. Het was immers de bedoeling dat het maandschrift "regelmatig eene kronijk zal bevatten gewijd aan Natuur- en Stedenschoon". Amand de Lattin had de reactie hiervan op zich genomen.

Onze vereniging had in die jaren nog geen eigen tijdschrift.

De fotograaf Hendrik Delvaux leefde van 1884 tot 1947. Hij was architect en woonde op de Jan Van Rijswijcklaan in een zelf ontworpen huis. Zijn stijl varieerde van Art Nouveau tot modern. Eén van zijn ontwerpen was het gebouw van Chicorei De Beukelaer aan de Kempische Vaart (nu IJzerlaan). Hij was de broer van de echtgenote van Victor Resseler, de dichteres Fanny Delvaux, (pseud. Siska van Daelen).

Hij gaf een aantal keren voordrachten met zijn diapositieven voor onze vereniging.

Walter en Hugo Resseler

 

 

Huidige Activiteiten

Contact

Wilt u meer weten over KVNS? Bel, mail of fax ons.

Meer weten?

Meer weten over het werkterrein van KVNS? Bestel ons magazine.