Gansakkermolen

In 1990 werd de Gansakkermolen in Geel na jaren van slecht onderhoud en steeds meer gebrek aan windvang stilgelegd. De bescherming van de molen als monument in 1981 heeft waarschijnlijk zijn verdwijning kunnen verhinderen. Een verkavelingsvergunning rondom de molen en de oprichting van een nieuwe woonwijk namen alle windvang weg en verijdelden de hoop op behoud en restauratie ter plaatse.

Een lange zoektocht begon, die uiteindelijk resulteerde in een verplaatsing van de molen naar Puurs-Sint-Amands en de heropbouw nabij de Scheldedijk. De Koninklijke Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon vzw zorgde voor zowat de hele financiering, de administratieve en juridische omkadering en de opstart van de restauratie.

Sinds eind februari van dit jaar is de Stichting Kempens Landschap eigenaar van de molen. Hierdoor is de toekomst van de molen verzekerd.

De KVNS komt op voor molens

De Koninklijke Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon vzw (KVNS), opgericht in 1910, heeft altijd aandacht besteed aan het behoud en de revalorisatie van historische molens. In haar eigen tijdschrift werden er talrijke artikels aan gewijd en de vereniging verzorgde de uitgave van diverse publicaties over molens. Een belangrijk concept in de molenwereld, met name de draaipremie, kwam er dankzij acties van deze vereniging.

De molenwerking kreeg een boost toen de vereniging in 1952 de Keesesmolen aan de Geelse Baan in Kasterlee aankocht. Dit opvallende en niet uit Kasterlee weg te denken monument werd in 1954 door de KVNS verplaatst naar zijn huidige locatie. Op de oorspronkelijke plaats aan de Retiesebaan had de molen immers geen toekomst meer. In 1970 werd de Keesesmolen volledig gerestaureerd en lieten de vrijwillige molenaars de molen regelmatig draaien. In 2000 werden opnieuw herstellingen uitgevoerd en werd de molenkast geschilderd.

Architect Paul Gevers werd conservator van de molen en zag toe op een regelmatig onderhoud. Vrijwillig molenaar Jef De Kinderen liet trouw elke maand de molen draaien, al werd de windvang steeds meer belemmerd door de alsmaar groter wordende bomen rond de molen. Dit leidde tot steeds meer conflicten met de gemeente Kasterlee. Een breekpunt in die discussie werd de oprichting van een nieuw gebouw voor serviceflats op 27 m achter de molen, waardoor de molen volledig uit de wind zou worden gezet. Om deze reden kreeg de aanvraag voor een onderhoudspremie in 2010 voor dringende herstellingen door het agentschap Onroerend Erfgoed een negatief advies. De bewaringstoestand van de trap en het balkon waren problematisch. Nog erger was dat één van de kruisplaten zo slecht bleek te zijn dat het gevaar voor het afschuiven van meester- en okselband reëel was en de molen dringend gestut moest worden. In tegenstelling tot bepaalde beweringen, met name een tekort aan financiële middelen, was het standpunt van het bestuur van de KVNS zeer duidelijk: bij gebrek aan windvang komen de draaipremie en het subsidieerbare karakter van de molen in gevaar.

Op 13 augustus 2009 bracht een delegatie van het bestuur van de vereniging een plaatsbezoek aan de molen van Kasterlee. Na het bezoek werd in de herberg In de schaduw van de molen een eventuele verplaatsing van de molen besproken. Blijkbaar werd dit door andere aanwezigen opgevangen. Een paar dagen later circuleerde het bericht in de lokale pers dat de molen van Kasterlee ‘in gevaar’ zou zijn.

Op basis van haar bevindingen ging de KVNS een gesprek aan met het gemeentebestuur van Kasterlee. Twee belangrijke drijfveren speelden hierin een rol. Voor de oprichting van het gebouw achter de molen werd de KVNS nooit uitgenodigd om advies te geven tijdens het openbaar onderzoek. De gemeente beriep zich hiervoor op het feit dat de molen ‘roerend’ was en alleen de eigenaar van het onroerend gedeelte, met name het OCMW, hiertoe werd uitgenodigd en geen bezwaar had aangetekend. In het licht van de ondertussen opgestarte werking in Puurs-Sint-Amands en de centrale positie van de oude Scheldemolen op de Kouter in het historische landschap, vond de KVNS dan ook dat de molen van Kasterlee beter kon worden verhuisd naar Sint-Amands. Hij werd immers toch als ‘roerend’ beschouwd…

De argumentatie was onweerlegbaar. In Sint- Amands was de windvang wel gegarandeerd en de molen moest sowieso van de staak gehaald worden voor restauratie. Dit standpunt leidde tot protestacties en standpunten van diverse betrokkenen in Kasterlee, die – begrijpelijk – ‘hun’ molen niet graag zagen vertrekken. De beslissing van de KVNS was dan ook duidelijk. Als Kasterlee de molen als haar eigendom beschouwt, moet het gemeentebestuur overgaan tot de aankoop ervan. Zoniet wordt de molen verplaatst naar Sint- Amands. Na enkele maanden onderhandelen werd eind 2011 de Keesesmolen door de vereniging verkocht aan de gemeente Kasterlee. De molen is inmiddels gerestaureerd, maar de windvang blijft problematisch door de omringende bossen en de nabijheid van het woonzorgcentrum.

De Koninklijke Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon vzw

De Koninklijke Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon werd in 1910 opgericht en bleef meer dan dertig jaar de enige milieuvereniging in het Vlaamse landgedeelte (1). De KVNS heeft daarna de groeiende milieubewustwording kunnen ondersteunen. Aanleiding tot de oprichting was het gevaar voor de verdwijning van de Kalmthoutse Heide en de duinen van de Westhoek. Door jarenlange acties wist de vereniging in 1942 de Kalmthoutse Heide van vernieling te vrijwaren. De KVNS bezit een omvangrijk archief, dat zowel in het Vlaams Architectuurarchief als in het Felixarchief wordt bewaard. Het bevat ook veel eigen publicaties en beeldmateriaal van molens, 19de-eeuwse glasnegatieven van de binnenstad Antwerpen en andere steden, alsook prentbriefkaarten en foto’s. De foto’s uit 1911 lagen mee aan de basis van de heroprichting van de Lakenhalle in Ieper na de verwoesting tijdens WO I.
De vereniging geeft sinds 1922 ook een eigen tijdschrift uit. In 1936 verscheen het boekje Een bedreiging. De buurt der Gildekamerstraat, waarmee de afbraak van deze straat achter het stadhuis van Antwerpen ten behoeve van een nieuw administratief centrum aan de kaak werd gesteld. Uit deze publicatie blijkt dat James Ensor een van de correspondenten van de KVNS was. Het standaardwerk Doorheen Oud-Antwerpen van Amand De Lattin uit 1955 verscheen eerst als afleveringen in het tijdschrift van de vereniging. De auteur was een van de oprichters en jarenlang secretaris van de vereniging. Nu laat de KVNS opnieuw van zich horen door de toekomst van de Gansakkermolen te verzekeren.

(1) Een halve eeuw Natuur- en Stedenschoon: 1910-1960, Antwerpen, 1961; 75 jaar Koninklijke Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon: 1910-1985, Antwerpen, 1985; 100-jarig bestaan van de Koninklijke Vereniging voor Natuur- en Stedenschoon (KVNS), Oppuurs, 2010.

De aftakelende Gansakker- molen in 1999 op zijn oorspronkelijke locatie in Geel
(© agentschap Onroerend Erfgoed)”

Geschiedenis van de Gansakkermolen

In de gesprekken met het agentschap Onroerend Erfgoed kwam ook de Gansakkermolen van Geel ter sprake. Deze standaardmolen uit 1797 was gedemonteerd in afwachting van verplaatsing en restauratie. De situatie was vergelijkbaar met die van Kasterlee, met dit verschil dat de Gansakkermolen verhinderde om woningen op een vergunde verkaveling te kunnen bouwen. In 2012 kocht de KVNS de molen aan.

De Gansakkermolen, ook genoemd de molen van de Gansakker of molen van Bakelants in Geel, stond op de noordzijde van de Molenstraat, ter hoogte van nummer 26, op de hoek met de Gansakker (1). De molen is naar het toponiem Gansakker vernoemd. Deze standaardmolen werd in 1797 gebouwd door Gilliam Keersmaeckers als een koren- en moutmolen. Hij was de eerste ‘vrije’ molen van Geel die niet langer onderworpen was aan de afgeschafte feodale rechten.

Op 29 juli 1797 lieten de gasthuiszusters van Geel 156 stenen (oude inhoudsmaat) mout voeren naar den nieuwen wintmoolen, wat kan dienen als terminus ante quem voor de bouw van de molen. Op een balk binnen is het jaartal 1799 gekerfd. De molenbouwer is niet gekend, maar van 1750

tot 1820 was de familie Willems actief als molen- bouwer in de regio van Geel (2).

Deze standaardmolen van het Kempische type is een van de stevigste molens in de regio. Hij is kortgerokt, heeft een hangende windweeg, een gesloten voet, een gebogen dak met rabatwerk en doorlopende voor- en achterbalken. De molen heeft geklinknagelde roeden en twee koppels molenstenen (3).

Verschillende molenonderdelen bevatten oude telmerken of inscripties. Op één regel valt het jaartal 1827 te ontcijferen. Op een van de grote wielen staat 1853, wat wijst op een herstelling in dat jaar. Het opschrift 1913 IC (4) op een van de klauwen van de standaard wijst ook op een herstelling of vervanging (5) en een lijst bevat de inscriptie BAKELANTS 1918 M. CLAERBOUT 1918.

Van 1906 tot 2000 was de molen in het bezit van de familie Bakelants. In 1946 werden groot onderhoud en herstel uitgevoerd. Hierbij werd een nieuwe ijzeren vang geïnstalleerd. In de jaren 1960 werd de molen tijdelijk stilgelegd, maar tot in 1987 liet de laatste beroepsmolenaar Frans Bakelants (6), bijgestaan door zijn zoon Victor, hem toch nog regelmatig draaien. Het was een van de zeldzame nog draaiende molens in de Kempen en vormde samen met de Sint-Dimpnakerk een kenmerkend dorpsbeeld. Helaas geraakte de molen vanaf de jaren 1970 steeds meer door bebouwing ingesloten, hetgeen de windvang belemmerde. Al in 1958 werd er in de lokale pers gesproken van ontmanteling en verplaatsing van de molen omdat door de oprukkende bebouwing de windvang ontoereikend werd (7). In 1973 werd een eerste poging gedaan tot bescherming van de molen, inclusief de omgeving als landschap. Dit ging echter niet door omdat zowel de gemeente als de provincie voorstander waren van een verplaatsing.

Eind jaren 1970 werd voorgesteld om de molen te verplaatsen naar het gehucht Stelen, eveneens in Geel. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) gaf hiervoor een

De Gansakkermolen in 1989 op zijn oorspronkelijke locatie in Geel
(© Patrick Goossens)

De aftakelende Gansakker- molen in 1999 op zijn oorspronkelijke locatie in Geel
(© agentschap Onroerend Erfgoed)

In 2003 is de molenkast van de standaard genomen. De onderbouw, de kap en de wielen zijn naar een depot op het militair domein Kievermont in Geel overgebracht.
(foto Dieter Borngräber)

negatief advies, maar ging wel principieel akkoord met een verplaatsing. In 1986 gaf de KCML een gunstig advies voor de verplaatsing van de molen in Geel, maar ook dit initiatief liep op niets uit. Toch werd de Gansakkermolen op 23 november 1981 beschermd als monument omwille van de industrieel-archeologische waarde. Tijdens de beschermingsprocedure was men al op zoek naar een betere locatie voor de molen.

Toen de molen tijdens een zware storm in 1990 aan het draaien ging en na korte tijd weer stilviel, verwijderde de toenmalige 70-jarige molenaar Frans Bakelants de windplanken en de ‘halve verdekkering’ op de toppen van de roeden. Toen bleek dat er gevaar was voor roedebreuk. Het gevlucht was duidelijk aan vervanging toe. Zes jaar later werden de wieken verwijderd.

In 2000 kocht Dieter Borngräber, een ingenieur en molenliefhebber uit Keulen, de molen aan. Hij had eerder ook al de Koutermolen in Hoedekenskerke (NL) aangekocht en laten herstellen (8). Hij wilde de molen restaureren en verplaatsen naar een open veld in Kievermont in Geel. Behoud ter plaatse was niet mogelijk omwille van de slechte windvang door de omliggende bebouwing. In 2003 werd de molenkast van de staak afgenomen en op het naburige perceel op de grond geplaatst (9), waar hij gestaan heeft tot de overbrenging naar Puurs-Sint-Amands in 2016.

De onderbouw, de kap en de wielen werden naar een depot van Defensie op het domein Kievermont verplaatst. Daar werd de molen opgemeten en gefotografeerd en werden de onderdelen met behulp van metalen plaatjes genummerd. Een verslag van de toestand van de molen vóór demontage en een diagnosenota werden opgesteld. Architect Paul Gevers maakte in maart 2004 in opdracht van de toenmalige eigenaar ook een ontwerp met tekeningen, bestek en prijs-raming op.

In 2006-2008 vroeg Dieter Borngräber, met hulp van de Vrienden van de Geelse Molens, onder­houdspremies aan voor werken aan de vier wegen (10), herstel van de molenkast en de standaard, en het opmetselen van de teerlingen (11). In mei 2008 kreeg de eigenaar een bouwvergunning om de molen te restaureren en te verplaatsen naar de Mannestraat in Kievermont Heikant in Geel, maar dit project ging om financiële redenen niet door. In 2008 werd de Gansakkermolen te koop aangeboden. Onderhandelingen met Kempens Landschap om de molen in de Kempen herop te richten liepen op niets uit. In 2012 werd de molen door de KVNS aangekocht.

Uiteindelijk heeft het tot 2014 geduurd alvorens alle betrokkenen in Geel ook akkoord gingen met de verkoop en verplaatsing van de molen naar Puurs-Sint-Amands. Het agentschap Onroerend Erfgoed ging principieel akkoord met de verplaatsing, maar toch duurde het nog tot 2023 vooraleer dit ook juridisch en administratief geregeld was.

Een nieuwe plek voor de Gansakkermolen

De heropbouw van de molen kadert in het herstel van het historische kouter- en meersen-landschap, waar de KVNS aan bijdraagt. De locatie van de heroprichting bevindt zich aan de Molendreef, op ongeveer honderd meter ten zuidwesten van de plaats waar tot 1903 de gelijkaardige Scheldemolen stond. Ondertussen werden daar evenwel een waterzuiverings­station en een woning gebouwd.

De Molendreef is historisch gezien het verlengde van De Dam en verbindt het centrum van Sint-Amands met de historische locatie De Steenoven waar tot de Franse revolutie ook de oversteek op de Schelde was, richting Castel. Dit historische landschap tussen de Winter- en Zomerdijk langs de oever van de Schelde is ontstaan in de 16de eeuw bij de indijking van de polder door de toenmalige heer van Sint-Amands, Diederik Van Liesvelt, ook eigenaar van de Koutermolen en De Steenoven.

De nieuwe locatie van de Gansakkermolen bevindt zich dus in dit historische landschap, in de onmiddellijke omgeving waar oorspronkelijk de Koutermolen heeft gestaan, waarvan de oudste vermelding teruggaat tot 1473 (12). Deze houten staakmolen op een aarden molenberg stond aan de Molendreef. Oorspronkelijk werd hij de Scheldemolen genoemd, later de Kouter-molen, om verwarring met de industriële Scheldemolens te vermijden.

Op de aquarel met de cartouche van La Rivière Lescault van rond 1609, dat in de Albums de Cro verscheen, zien we langs de Schelde, vóór het dorpscentrum van Sint-Amands, een mooie afbeelding van deze houten staakmolen (13). De laatst bekende eigenaar was Jan Baptiste Van Steen. Sinds 1899 was de molen niet meer in gebruik en in 1903 werd hij gesloopt (14). De plek bleef lange tijd ongebruikt, totdat er een veertigtal jaar geleden enkele woningen en een waterzuiveringsstation gebouwd werden, waardoor de oorspronkelijke plaats van de Koutermolen niet meer beschikbaar was.

Om die reden werd de Gansakkermolen op een gelijkaardige inplantingsplaats iets verder aan diezelfde dreef heropgericht.

De heroprichting van de Gansakkermolen in Puurs-Sint-Amands

De KVNS kocht ten zuiden van het waterzuiveringsstation, tegen de huidige Scheldedijk, een aantal bos- en landbouwgronden om de molenbelt en molen te kunnen oprichten en de windvang te vrijwaren. Op 15 december 2014 diende de vereniging hiervoor een bouwaanvraag in (15). Nadat die verleend was, werd gestart met de bouw van een molenberg. Omdat naast de molen geen bijkomende bebouwing mogelijk was in deze landbouwzone, werd beslist om de ruimte voor bergingen, sanitair en een molino-logisch museum in deze molenberg onder te brengen.

“De inplanting van de Schelde-molen of Schele Meulen (sic), later bekend als Koutermolen, op een aftakking van de Molendreef in Puurs-Sint-Amands op de Villaretkaart (1745-1748). De huidige locatie van de Gansakker­molen, iets meer naar links, is aangeduid met een rode stip. (Geopunt Vlaanderen)”

“Albums de Cro , Valleien van Schelde en Scarpe. Cartouche La Rivière de Lescaut met de dorpskern van Sint-Amands rechts onderaan (© Gemeentekrediet van België)”

“Detail uit de afbeelding La Rivière de Lescaut met de Scheldemolen (midden onderaan) (© Gemeentekrediet van België)”

De berg bestaat dus in feite uit een ondergronds gebouw en een betonconstructie, die de molen draagt, het geheel afgedekt met aarde. Dit project werd gerealiseerd onder leiding van ingenieur-architect Bruno Callaert en met Sven Vekemans als hoofdaannemer. Op 11 juni 2016 werd het Vlaams Centrum voor Molinologie officieel geopend. De tentoonstelling werd samengesteld door Karel Van den Bossche, bezieler van het molenmuseum in het centrum van Sint-Amands, dat evenwel op 15 december 2015 zijn deuren moest sluiten. Later werden er nog zeven maquettes van molens aan toegevoegd, afkomstig uit een schenking van de erfgenamen van Georges Pauwels in Beersel (16).

“Het Vlaams Centrum voor Molinologie vond in 2016 een onderkomen in de beton-constructie in de molenberg (© Patrick Goossens)”

Op 4 maart 2016 gaf het agentschap Onroerend Erfgoed de tussentijdse toelating om de molenkast te verplaatsen naar de nieuwe locatie (17). De molen werd gedemonteerd en alle onderdelen, ongeacht hun fysieke toestand, werden naar Puurs-Sint-Amands overgebracht, inclusief later toegevoegde metalen versterkingen. Naar aanleiding van deze verplaatsing werden foto’s voor, tijdens en na de demontage en het transport gemaakt en werd de molenkast opgemeten, genummerd en gestockeerd in een container op het nieuwe perceel. De onderbouw, kap en wieken lagen op dat ogenblik nog altijd in het depot van Defensie in Geel.

“De locatie van de Gansakker­molen langsheen de Scheldeboorden. De bruin omrande percelen zijn vastgesteld erfgoed
(© Geoportaal agentschap Onroerend Erfgoed)”

“Aanzicht van de binnenzijde van de zijweeg rechts met aanduiding van de molentermen.
(tekening © architect Paul Gevers)”

Zoals decretaal bepaald, werd door de betrokken eigenaars van de toenmalige en toekomstige locatie, in Geel en in Puurs-Sint-Amands, eveneens in 2016, een gezamenlijk verzoek ingediend om de windmolen van Geel naar Puurs­-Sint-Amands te verplaatsen. Dit akkoord kwam er in 2023 na het opmaken van een beheersplan en een restauratiedossier en na aanstelling van de architect die de restauratie van de molen zou opvolgen (18). In overleg met de gemeente Puurs-Sint-Amands, de KVNS en de Stichting Kempens Landschap werd door laatstgenoemde vereniging architect Patrick Vanroy bv aange­steld als ontwerper voor de heroprichting van de molen. Molenbouw de Jongh bv in Veldhoven (NL) voerde als onderaannemer een aantal werken uit. Hoofdaannemer Adriaens Molenbouw bv is in de molenwereld geen onbekende. Het bedrijf werd halverwege de 18de eeuw opgericht en is inmiddels met Wim Adriaens aan de zevende generatie toe. De hoofdwerkzaamheden zijn nog steeds molenbouw, maar zij zijn ook in vakwerk en traditionele houtconstructies gespecialiseerd (19).

Op 27 november 2023 startten de werken, met een uitvoeringstermijn van 200 werkdagen. Concreet betekende dit een voltooiing rond eind 2024, wat ook gehaald werd. Het ligt voor de hand dat bij de restauratie van een belangrijke historische molen de erfgoedwaarden gevrijwaard moeten worden. Die vormden ook de basis van de bescherming als monument. Maar bovendien gaat het hier om een machine die in alle omstandigheden op een veilige manier moet kunnen functioneren en bediend worden. Daarenboven wordt er voedsel verwerkt, zodat ook het hygiënische aspect een belang­rijke rol speelt. Molens zoals deze hebben in het verleden hun dienst bewezen. De Gansakker­molen heeft bijna tweehonderd jaar lang gefunc­tioneerd vanaf zijn oprichting in 1797 tot hij in 1990 ten gevolge van een storm definitief werd stilgelegd. Er zijn weinig machines die zo duurzaam zijn.

Het is daarom belangrijk om zoveel mogelijk met dezelfde materialen en constructies te werken als de oorspronkelijke. Vrijwel alle onderdelen waren nog aanwezig, maar door jarenlange verwaarlozing en achterstallig onderhoud, vooral tijdens de stilstand, werd het houtwerk door vocht, schimmel en houtworm aangetast. Met het oog op het heroprichten van een degelijke molen, werd elk onderdeel geëvalueerd en zo mogelijk hergebruikt. Als bijvoorbeeld een balkkop of een deel van de houten constructie te veel aangetast was, werd er in de mate van het mogelijke voor geopteerd om alleen dat gedeelte te vervangen. Plaatselijk te vervangen hout werd vervangen door hout van dezelfde soort of met eenzelfde hardheid, of indien niet anders mogelijk, met gewapend epoxyhars aangewerkt. Inscripties en telmerken werden uiteraard behouden. Ze werden gedocumenteerd en gefotografeerd en opgenomen in het restauratierapport. Alle te behouden en nieuwe houtwerk werd behandeld tegen aantasting door houtworm en schimmel.

“De 4,50 m lange steenbalk met brasem wordt op de top van de standaard geplaatst.
(© Patrick Goossens)”

“De voorgevel en zijwegen zijn geplaatst. (© Patrick Goossens)”

“De molenas met de beide wielen en gietijzeren askop wordt getakeld.
(© Patrick Goossens)”

“Montage van de luias, met op de voorgrond het gaffelwiel met ijzeren klauwen.
(© Patrick Goossens)”

“De molenstenen worden op hun plaats getakeld.
(© Patrick Goossens)”

“De steenzolder.
(© Patrick Goossens)”

De staak kon worden behouden, mits herstelling van de klauwen en de nok, en werd voorzien van nieuwe kruisplaten en buitenbanden. De degelijkheid van de staak werd met een resis­tograaf onderzocht. De binnenbanden konden behouden blijven. De 5 m lange eiken molenas moest vervangen worden, zij het met herge­bruik van de gietijzeren askop, die eertijds werd vervaardigd door Van Aerschot in Herentals. De stalen roeden werden vervangen en opnieuw met klinknagels samengesteld zoals de originele en voorzien van nieuw hekwerk en nieuwe windborden. De lengte van de roeden bedraagt circa 24,80 m en zijn van het type Verhaeghe. Aan de toppen bedraagt de sectie 12,5 x 16 cm, aan de askop 30 x 40 cm. De wielen werden groten­deels vernieuwd. Het vangwiel heeft een diameter van 3,20 m en telt 68 kammen. Het voorwiel heeft een diameter van 2,62 m en telt 59 kammen. De rondsels zijn voorzien van pokhouten en haagbeuken spillen. Pokhout is een duurzame maar ook zeer dure houtsoort. De eiken schijven van de rondsels en een deel van de spillen in haagbeuk werden wel vervangen.

Typisch aan dit model van molen is het molenkot dat één geheel vormt met de teerlingen, volledig in baksteen opgebouwd. Dit geheel was al in maart 2024 voltooid, om voldoende te drogen vooraleer drie maanden later de molen op de teerlingen werd opgebouwd. Achtereenvolgens werden de teerlingblokken, de kruisplaten, de staak of standaard met de zetel en de steekbanden geplaatst. 

“Het gebogen dak en het luikapje, bedekt met eiken leien, en de windvaan
met datum van voltooiing: 2024 (© Patrick Goossens)”

“Het plaatsen van de staak met oplegstuk, doorheen de trap
(© Patrick Goossens)”

Na het aanbrengen van de lange en korte berriebalken en de 4,50 m lange steenbalk met brasem (boezem) op de top van de standaard, richtte de aannemer de molenkast op, met opeen­volgend de linkerzijweeg, de rechterzijweeg, de voorgevel (trapgevel) en de windveeg met de baard of voorschoot. De hoekstijlen, daklijsten, de stefelbalk en de bovenbalk werden met trekbalk­verbindingen aan elkaar verbonden. Het is een zogenaamde kortgerokte molenkast. De afmetingen ervan bedragen 4,27 x 5,95 x 6,20 m. De wanden zijn aan de buitenzijde afgewerkt met een beplanking in lariks en vervolgens geschilderd. Het voordeel van lariks is dat het heel weerbestendig is en zelfs zonder afwer­kingsslagen nog lange tijd aan regen en wind kan weerstaan. Alvorens de kast aan de boven­zijde werd gesloten, werden de molenstenen op hun plaats gebracht. Die zijn bekapt volgens een waaiervormig motief, hetgeen het malen bevorderd. Daarna volgde het nieuwe achterkeu­veleinde op de nieuwe windpeluw, om vervolgens de nieuwe molenas, de nieuwe aswielen (vangwiel en voorwiel) en de behouden gietijzeren askop tot op hun plaats te takelen. Het vangwiel was volledig aan vervanging toe, met inbegrip van de decora­tieve hoekstukken. Op basis van oude foto’s en nog één overgebleven, beschadigd exemplaar werden ook de hoekstukken gereconstrueerd. Het oude vangwiel wordt als getuige bewaard.

Het molendak bestaat uit fraaie, gebogen dakspanten en een voor-en achterkeuveleinde, een beplanking en een eikenhouten schalie-bedekking. Tussenin werd de nieuwe luias met het luiwiel en het oude gaffelwiel, met ijzeren klauwen, aangebracht. Ten slotte werd het luikapje, eveneens met schaliebedekking, gemonteerd. De trap en de staart werden volledig vervangen.

De haverpletter werd weer operationeel gemaakt en voorzien van een uitschakelbare aandrijving op de steenzolder. De wanmolen, die eveneens in het beheersplan wordt beschreven, stond in het molenkot en werd er opnieuw opgesteld. De plaatsing en het uitbalanceren van de ijzeren roeden was eveneens een delicaat werk.

De zeilen bestaan uit 100% polyacryl, om uv-bestendig en zeer duurzaam te zijn. Ze zijn roodkleurig. Dit brengt ons op de kleuren van het schilderwerk: de roeden zijn glanzend zwart geschilderd, de askop is rood met een witte omranding, de trekkers, de windwijzer, de knuppelbanden, enzovoort zijn zwart. De kasbe­planking is lichtgrijs met een witte omranding. De deuren zijn lichtgrijs, evenals de beplanking rond de askop. 

“Overzichtsfoto van de werf met op de voorgrond de ramen van het Vlaams Centrum voor Molinologie in de molenberg. (© Patrick Goossens)”

“Het atelier van Molenbouw Adriaens bv in Weert met op de voorgrond het oude vangwiel en rechts de molenas met de nieuwe voor- en vangwielen. (© Patrick Goossens)”

“De werkzaamheden in het atelier van Molenbouw Adriaens bv met op de voorgrond het nieuwe voorwiel en nieuwe vangwiel. Eronder ligt het oude vangwiel, dat moest worden vernieuwd. (© Patrick Goossens)”

De waterdeuren zijn donkergrijs. De luiasoverkapping is grijs met een witte omranding, de balustrades en de windplanken zijn wit en de buitenzomen donkergrijs. De eikenhouten schalies werden gedrenkt tegen schimmel en houtworm en kregen geen bijko­mende afwerking zodat ze op natuurlijke wijze vergrijzen. De werkzaamheden begonnen vooral met atelierwerk. In december 2024 werd de voorlopige oplevering aangevraagd. Intussen heeft de KVNS de Gansakkermolen overgedragen aan de Stichting Kempens Landschap vzw, die sinds eind februari 2025 eigenaar/beheerder is. Drie erkende molenaars staan in voor de werking. Acht zijn in opleiding. De molen zou tegen eind mei opnieuw maalvaardig zijn.

“De Gansakkermolen na restauratie en heel binnenkort maalvaardig! (© Patrick Goossens)”

Pilootproject windmolens van het agentschap Onroerend Erfgoed

Vlaanderen telt vandaag ruim 300 volledig of deels bewaarde traditionele windmolens, waarvan er 196 een beschermde status hebben (1). Deze laatste groep is uitgebreid met elf niet-beschermde windmolens, die de molenverenigingen voorstelden voor verder onderzoek tot bescherming. Het pakket is nadien in betekenisvolle groepen per regio en type opgedeeld. De beschermingen zijn per groep geëvalueerd op basis van de erfgoedcriteria zeldzaamheid, representativiteit, ensemble, context en herkenbaarheid en een aantal bijkomende criteria die het perspectief inzake behoud beoordelen, namelijk de bouwfysische toestand, beleving, toekomst en eventueel ook maal- of draaivaardigheid en windvang. Gezien de onlosma­kelijke band tussen windmolens en hun ruimere omgeving, zijn ook de traditionele landschapskenmerken, zichtrelaties en windvang in overweging genomen. Eerst herwerkte het agentschap een 300-tal molenfiches in de Inventaris Onroerend Erfgoed (2). Daarna volgde het onder­zoeksrapport Tussen hemel en aarde. Een herwaardering van het windmolenerfgoed in Vlaanderen (3). Daarin komen de methodologie van de thematische evaluatie, de erfgoedwaarde van windmolens in Vlaanderen en de visie van het agentschap op de erkenning van en de omgang met dit erfgoed aan bod. Het onderzoek kwam tot stand in regelmatig overleg met de erfgoedverenigingen, in het bijzonder het Molenforum Vlaanderen en de vzw Levende Molens, de regionale landschappen, de lokale overheden en een bevraging van het brede publiek, onder andere via een online-enquête. Het onderzoek leidde op korte termijn tot drie acties. Ten eerste het (gedeeltelijk) opheffen van de bescherming van acht windmolens en één molen-omgeving, het opstarten van het onderzoek in functie van de bescherming van twee molens. Ten tweede het veiligstellen van de windvang in elf molenlandschappen rond maalvaardige molens. En ten derde de verplaatsingsprocedures voor een vijftal windmolens, waaronder de Gansakkermolen, afgestemd op hun restauratie (4).

(1) Fotograaf Patrick Goossens brengt al vele jaren het molenerfgoed van Vlaanderen uitvoerig in beeld. Zie: [https://pbase.com/libelletje/molens_belgie].
(2) [https://inventaris.onroerenderfgoed.be/].
(3) [www.onroerenderfgoed.be/publicaties/tussen-hemel-en-aarde-een-herwaardering-van-het-windmolenerfgoed-vlaanderen].
(4) [www.onroerenderfgoed.be/pilootproject-windmolens]. Zie ook: THIRY Steven, Het windmolenerfgoed in Vlaanderen doorgelicht, in M&L, jg. 41, nr. 4, 2022, p. 62-63, [https://menl.be/api/content/downloads/menl/pdf/ML2022-04-E.pdf].

Restauratiefiche

Opdrachtgevers/bouwheren van de Gansakkermolen, Molendreef 45, 2890 Puurs-Sint-Amands: Koninklijke Vereniging voor Natuur- en
Stedenschoon vzw en Stichting Kempens landschap vzw
Ontwerper: architect Patrick Vanroy bv
Hoofdaannemer: Molenbouw Adriaens Molenbouw bv, Weert (NL)
Onderaannemer: Molenbouw de Jongh bv, Veldhoven (NL)
Adviesverlenende instantie: agentschap Onroerend Erfgoed, erfgoedconsulent Leni Thiers
Datum van uitvoering: november 2023-december 2024
Totale kostprijs van de werken: € 935.774,35 euro incl. btw
Premies Vlaamse overheid: € 350.000 euro incl. btw

Marc Peelman is ondervoorzitter en penningmeester van de KVNS en ondervoorzitter van de Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant.
Hij leidde het molenproject van de KVNS van bij de aanvang.
Rutger Steenmeijer is restauratiearchitect en voorzitter van de KVNS. Hij richtte Steenmeijer architecten in Antwerpen op, dat zich vanaf 1985 volledig aan de restauratie van bouwkundig erfgoed wijdt.

Eindnoten

(1) Gebaseerd op: Stadsarchief Geel, knipselmap Gansakker­molen en De Molen van de Gansakker, Inventaris Onroerend Erfgoed, [https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjec­ten/7137].
(2) DE BONDT M., De molens van Geel, Geel, 1981, p. 25.
(3) Voor een uitgebreide beschrijving: De Molen van de Gansakker, Inventaris Onroerend Erfgoed, op. cit.
(4) IC: afkorting van Jesu (Iesu) Christi.
(5) Archief KVNS, fotorapportage Börngraber 2003, foto 39.
(6) Frans Bakelants (1920-1991).
(7) Ruwheidscategorie: gesloten.
(8) Deze molen werd in 2007 doorverkocht aan een plaatse­lijke stichting.
(9) Perceel 810C, zie: Archief KVNS, fotorapportage Börngraber 2003.
(10) Wanden van de molenkast.
(11) VAN DEN BERGH Willy, Molen Gansakker herleeft, in Gazet van Antwerpen, 22 augustus 2007, p. 40.
(12) HOOGHE Filip, PEELMAN Marc en ROCHTUS Luc, Een nieuwe bijdrage tot de geschiedenis van de steenovens van Sint­Amands-aan-de-Schelde, in Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant, p. 84 e.v.
(13) Detail uit La Rivière Lescault van circa 1609 door hofschil­der Adriaan De Montigny. Zie: OPSOMER Rik, Baasrode, Sint-Amands, Moerzeke en Hamme, in DUVOSQUEL Jean-Marie (ed.), Albums de Croij. Deel valleien van Schelde en Scarpe, Brussel, 1990, p. 212-213.

(14) Gemeentearchief Sint-Amands, resolutieboek Schepen­college 1874-1903, zitting van 8 februari 1900; Resolutieboek Schepencollege 1903-1926, zitting van 4 februari 1904.
(15) Bouwaanvraag Bruno Callaert: zie Beheersplan Gansakkermolen, [https://plannen.onroerenderfgoed.be/ plannen/1361], goedgekeurd op 24 maart 2021, bijlage 4.
(16) De molen van Appelterre, de Poelbergmolen in Tielt, de Buulmolen van Olen, de Heidemolen van Malderen, de Galgenmolen in Bokrijk, een watermolen en een molen-wagen.
(17) Zie Beheersplan Gansakkermolen, [https://plannen.on­roerenderfgoed.be/plannen/1361], goedgekeurd op 24 maart 2021, bijlage 2.(18) De eerste raming bedroeg in 2020 circa € 600.000 incl. 21% btw. Het bestek was in december 2022 voltooid. Op dat ogenblik bedroeg de prijsraming € 814.104,64. Er werden twee standaardpremies toegekend, in 2022 en in 2023, voor een totaalbedrag van € 350.000. Op 21 april 2023 werd na een openbare aanbesteding één offerte ingediend, namelijk van Adriaens Molenbouw bv uit Weert (NL), voor een bedrag van € 773.365,50 + 21% btw. Na enkele verbeteringen aan de offerte stelde de ontwerper in het verslag van aanbesteding van 24 april 2023 voor om de opdracht aan voornoemde aannemer toe te wijzen voor een bedrag van € 935.774,35 incl. btw, hetgeen ge­beurde.
(19) [http://www.adriaensmolenbouw.nl].

“Het Vlaams Centrum voor Molinologie ingebouwd in de molenberg, tijdens de heroprichting van de Gansakkermolen. (foto Patrick Goossens)”