Geschiedenis2020-05-17T11:39:39+02:00

Geschiedenis Vlaamse Veren

In de Romeinse tijd bestonden in onze streken reeds veren op plaatsen waar de heirwegen rivieren kruisten. Dit gebeurde doorgaans op doorwaadbare plaatsen, maar oeverbewoners hielden een bootje gereed voor het geval het waterpeil te hoog stond. De eerste veermannen begonnen zo heen en weer te varen. In de 12de eeuw werd het overzetten vaak door vissers verzekerd. De oudste vermelding van een veer dat nu nog bestaat dateert uit 1255. Dit document gaat over de overdracht van het Konkelveer tussen Schoonaarde en Berlare. Het Konkelveer verdween voor de Eerste Wereldoorlog. Dit document vermeldt ook Appels-Berlare over de Schelde. Dit is dus het oudste bestaande veer in de schriftelijke geschiedenis.

Veerpacht was belangrijk want bracht geld in het laatje van adellijke oeverbezitters of van abdijen. Tijdens de Franse overheersing kwam in 1798 een wet tot stand waardoor alle veerrechten aan de staat toekwamen. De verpachting van veerdiensten werd toen eenvormig gereglementeerd.

Tot op heden worden de meeste veren uitgebaat door de De Vlaamse Waterweg N.V. De Vlaamse Gemeenschap legt zelf boten in of sluit na aanbesteding contracten met zelfstandige veermannen. Sinds 1976 is het innen van veergelden vervallen, behalve op een paar privaat uitgebate veren.
De overzet biedt nog steeds gelegenheid aan voetgangers en fietsers om zich te verplaatsen weg van de autodrukte en daarbij worden vaak ook omwegen uitgespaard.

Aangekondigde publicatie en tentoonstellingen

Veerpont en scheepswerf Cyriel De Smet
Bouw van de gaffelsloep ‘Anemone’

Op de website van Watererfgoed Vlaanderen verscheen begin april een eerste persbericht over de vroegere scheepswerf van Cyriel De Smet. Met dit artikel willen wij u vooreerst informeren over de grote thema’s van het boek en over het waar en wanneer van de tentoonstelling.

Duizend jaar veerpont
De tentoonstelling en bijhorend boek handelen in wezen over de realisaties van de ambachtelijke scheepswerf van de familie De Smet. Deze scheepswerf was in de eerste helft van de 20ste eeuw gelegen aan de Leie in het voormalige vlasdorp Gottem, heden deelgemeente van de stad Deinze, en wel aan het veer Gottem-Machelen.

Dat veer werd vanaf de 17de eeuw uitgebaat door de rechtstreekse voorzaten van de familie De Smet vanuit de herberg ‘Den Overzet’ op Gottem. Reeds voordien, in 1438, werd door de dorpsheer van Olsene klacht neergelegd bij ‘De Keure’ in Gent tegen Simoen van Verdeghem omdat hij mensen over de Leie gezet had mits betaling. Dat Goed te Verdeghem, was gelegen aan de overkant van Leie, op Machelen. In de annalen van de Gentse Sint-Pietersabdij wordt dit goed al vermeld in het jaar 941: “In villa Fredingahem mansum unum in quo duo homines habitant”, of in vertaling: ”In de plaats die men Verdeghem noemt een woonst waar twee gezinshoofden wonen”. Die plaatsnaam Verdeghem duidt duidelijk op het bestaan van een veer of overzet. Dit wordt overigens bevestigd doordat het Goed te Verdeghem op Machelen en de herberg ‘Den Overzet’ op Gottem precies liggen op die plaats waar de winterbedding van de Leie het smalst is en de aloude Pontstraat op Machelen en deze op Gottem precies uitmonden op de Leie.

De veren op de Leie ten zuiden Deinze zijn dan ook het thema van een inleidend gedeelte van tentoonstelling en boek. In een volgend gedeelte, hoofdstuk twee,  wordt het veer en ‘t Goed te Verdeghem’ in het bijzonder beschreven en de geschiedenis van de rechtstreekse voorzaten tot het wedervaren van de laatste veerman Cyriel De Smet .

De vergane scheepswerf
De geschiedenis van de scheepswerf zelf wordt, bij gebrek aan nagelaten schriftelijke documenten, in een derde hoofdstuk opgesteld aan de hand van een nagelaten fotoalbum en intens opzoekingswerk. De werf werd opgestart door vader Adolf De Smet en het fotoalbum bevatte nog enkele foto’s van de periode. Hélaas overlijd hij vroegtijdig in 1905 en het duurt tot na WO I dat zijn zoon Cyriel de werfleiding kan op zich nemen. Met het opkomen van de watersport, was er duidelijk interesse van roei- en motorbootbezitters voor onderhoud en winterberging van hun schepen. De ombouw van de tjalk ‘Waterhoen’, voor Adolf De Coene van de N.V. Kunstwerkstede Gebroeders De Coene, leidde tot persoonlijke ontmoetingen van Cyriel De Smet met Koningin Elisabeth en Prinses Astrid. Met zekerheid weten we dat Cyriel in 1920, een nieuwbouw zeilschip ‘River Trent’, gebouwd heeft. Deze gaffelsloep is de eerste van dertien zeilschepen die we op de foto’s hebben kunnen identificeren. Deze schepen werden gebouwd voor Vlaamse klanten behalve twee die door Nederlandse industriëlen besteld werden. Cyriel De Smet heeft jachtontwerpen van Morgan Giles, Harrison Butler, Leopold Standaert en Frits Mulder, gebouwd. Daarna bespreken we ook de motorschepen en wherry die te zien zijn op de foto’s, om zo een beeld te geven van wat er op de scheepswerf zoal te zien was tijdens haar bestaan.

Tenslotte wordt in een vierde deel ingegaan op de bouw, door Cyriel De Smet, van de gaffelsloep de ‘Anemone’. Met meer dan veertig foto’s op een totaal van 140 stuks, is de bouw van de ‘Anemone’ bijzonder goed gedocumenteerd. Dit liet ons toe om stap voor stap het bouwproces te reconstrueren en toe te lichten voor zij die niet zo vertrouwd zijn met de traditionele houten scheepsbouw. Voor kenners en experten zijn de unieke beelden een bron van nog uit te pluizen informatie. Van de drie nog bestaande zeiljachten, werd de ‘Anemone’ op 16 juni 2017 opgenomen in de inventaris van het Agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Overheid als ‘vastgesteld varend erfgoed’ (ID14472). Hoofdstuk vier zal een waardevolle aanvulling zijn bij de informatie die tot nu toe beschikbaar was over de ‘Anemone’.

Gered van de vergetelheid
Bij de publicatie van het boek hoort een tentoonstelling die op vijf plaatsen in Vlaanderen zal opgesteld worden. De tentoonstelling zal naast het uitvergroot, uniek fotomateriaal, ook vele voorwerpen en onderdelen van vroegere jachten laten zien. Een maquette van de scheepshelling van de werf Cyriel De Smet zal de primitieve doch ingenieuze wijze waarop men schepen tot tien ton te water liet zonder hijskranen. Daarnaast worden er een zevental thema’s in korte videofragmenten vastgelegd door regisseur Elise Eetesonne. Ze zullen te zien zijn op de tentoonstelling en gekoppeld worden via de Faro erfgoedapp op de locatie van de vroegere scheepswerf en opgenomen worden in de fietsroute ‘Over de schreef’ van Vlaanderen-fietsland.be. Mits verdere versoepelingen van de Covid-19 beperkingen, plannen we te starten op 19 september 2020 te Baasrode. Daarna in volgorde te Deinze, Gent, Antwerpen en  we sluiten af te Blankenberge in de meimaand van 2021. Met de Nederlandse en Engelse informanten/medewerkers wordt nog onderzocht om de tentoonstelling ook naar onze buurlanden te brengen.

De laatste loodjes
In dit project is het onderzoek en de opstellen van de teksten het werk van drie individuen zonder commerciële verdienste. Zonder de subsidies van de provincie Oost-Vlaanderen, het Platform Omgeving Leie en Schelde, POLS, en de gemeente Zulte zou het project niet levensvatbaar geweest zijn. Rest ons nog een financiële kloof te overbruggen waarvoor wij u hulp vragen.

 Het kennis- en expertisecentrum voor onroerend erfgoed Herita ondersteunt ons project door een erfgoedrekening ter beschikking te stellen waarop u een gift kan doen waarvan u een 45% fiscale aftrok bekomt met attest. Voor informatie en giften zie www.herita.be/scheepswerf-van-cyriel-de-smet-komt-tot-leven-boek-en-tentoonstelling

Uw gift, de laatste loodjes, zal ons toelaten om dit project volledig te kunnen realiseren en financieel draagbaar te maken. Wij danken u alvast voor uw gift en kijken uit naar uw reactie bij het zien van de onuitgegeven foto’s van de toenmalige scheepswerf De Smet.

Tekst: André Goeminne en Frits De Waele

Coördinatie: Luc Levrau

Publicatie in “the spotlight”

KASTEL heeft drie VEREN

5 maart 2014|

KASTEL heeft drie VEREN: naar Baasrode, naar Sint-Amands, en naar Mariekerke.

In deze tekst, samengesteld door Luc Wuytack, wordt getracht een historisch overzicht te geven van de drie veren over de Schelde vanaf de middeleeuwen tot heden. Er wordt uitvoerig gebruik gemaakt van archiefdocumenten, aangevuld met beeldmateriaal, om het ontstaan en de evolutie van de veren weer te geven. Ook de situatie tijdens het Frans Bewind (1795-1815), met de ‘Adjudication [gunning]’ (1804) en de ‘Réadjudication’[hernieuwde gunning] (1810) komt uitgebreid aan bod. Binnen de algemene historische context wordt elk van de drie veren afzonderlijk behandeld, met bijzondere aandacht voor het veer van Sint-Amands in de periode voor en tijdens de heroprichting in 1867.

Die historische context is ook van toepassing op andere veren en kan van nut zijn voor al diegenen die er aan denken om de geschiedenis van het veer op hun grondgebied te beschrijven. Leden van KVNS zullen ook met genoegen vaststellen dat ook het historische veer ter hoogte van Steenovens aan bod komt. De tekst bevat ook een bijdrage van Walter Resseler over de huidige veermannen en hun veerboten, voorzien van recente foto’s en gegevens over de drie veren.
Belangstellenden kunnen de tekst als pdf-bestand (7mb) downloaden.

KASTEL heeft drie VEREN (mei 2014).pdf

Deze tekst over de veren werd opgenomen in het boek “KASTEL een dorp aan de Schelde” dat Luc Wuytack (Luc.Wuytack@telenet.be) in 2018 publiceerde.  Voor meer uitleg en commentaar kan men bij hem terecht.

Alle publicaties